Het woord is aan

Ook konijnen en andere kleine dieren beschikken over een verfijnde taal. Wij vertellen je wat het schrille gepiep, het delicate gekir en de luide fluitjes van de diertjes betekenen, en analyseren de zeer genuanceerde lichaamstaal van de meest geliefde en sociale huisdieren.

Konijnen:

Als groepsdieren beschikken konijnen over een uitvoerige non-verbale taal om met soortgenootjes te communiceren. Daarbij horen naast de lichaamstaal geurmarkeringen , om elkaar in het donkere hol blindelings te begrijpen. Maar ze maken ook geluiden: blazen is, net als bij katten, te interpreteren als een dreigend signaal. Een waarschuwing aan de andere groepsleden is het ritmische trommelen met de achterpoten. Als ze in groot gevaar verkeren kunnen konijnen ook een luid gekrijs laten horen.

Cavia’s:

De taal van deze knaagdieren bestaat uit verschillende geluiden, die voor het ongeoefende oor erg veel op elkaar lijken. Een zacht murmelen geeft bijvoorbeeld blijk van tevredenheid aan. Het kan oplopen tot een zacht gepiep, bijvoorbeeld als het dier geaaid wordt (als hij dat toelaat). Een op en teruglopend gepiep is eerder een blijk van ongenoegen, bijvoorbeeld als het dier aan zijn achterlijf wordt aangeraakt. Klapper- of knarsetanden is een dreigend gebaar. Als de dieren bang zijn, laten ze een schril gepiep horen.

Degoes:

De degoetaal bestaat uit verschillende gebaren en geluiden. Een vriendelijk gepiep is te horen bij de begroeting en de vachtverzorging. Bij gevaar, maar ook als de diertjes gefrustreerd zijn of pijn hebben, stoten de knagers één of meerdere schrille fluitgeluiden uit.

Bron: Hart voor dieren november 2017