Longwormen komen wereldwijd bij honden en katten voor, in Nederland komt de longworm Aelurostrongylus abstrusus het meeste voor bij katten. Een kat kan geïnfecteerd worden door in contact te komen met muizen, slakken, kikkers en vogels. Door de tussengastheer op te eten of bijvoorbeeld gras te eten waar een geïnfecteerde gastheer doorheen is geweest. Ook slakkenslijm en stilstaand water waar slakken in voorkomen zijn een infectiebron. We zien longwormen vaker bij katten die buiten komen en prooidieren eten. De longworm tast voornamelijk het ademhalingssysteem aan.
Levenscyclus en overdracht
De levenscyclus van Aelurostrongylus abstrusus bestaat uit verschillende stadia. Infectieuze L3-larven trekken, na orale opname door een kat gedurende ongeveer 1–2 dagen van de maag naar de longen. De periode tussen het moment van infectie en het moment dat de parasiet aantoonbaar (L1-larven) in de ontlasting is, bedraagt 5-6 weken.
Volwassen wormen verblijven in de longen waar ze jaren kunnen overleven mits er niet ontwormd wordt met een voor longworm gevoelig ontwormingsmiddel. De wormen leggen daar eieren, die zich ontwikkelen tot het L1-larvale stadium. L1-larven trekken naar de bronchiën die daar worden opgehoest en/of ingeslikt. Op die manier komen de larven in de ontlasting of direct in de omgeving terecht. Deze larven kunnen vervolgens weer tussengastheren infecteren.
Symptomen
Vaak geeft de infectie helemaal geen klachten, volwassen wormen kunnen jaren overleven in de longen van een kat. Als de worm in grote mate aanwezig is of als de “slapende’ worm actief wordt bijvoorbeeld tijdens ziekte of stress situaties zien we de volgende symptomen:
- Hoesten
- Niezen, neusuitvloeiing
- Piepende ademhaling
- Benauwd worden
- Slecht eten en vermageren
Kittens en katten met een verzwakt immuunsysteem kunnen ernstige klachten krijgen
Bij kittens zijn het immuunsysteem en de bronchiën (de twee hoofdtakken van de luchtpijp die naar elke long leiden) nog niet volledig ontwikkeld. Vanwege de minder grote diameter kunnen de bronchiën door de longwormlarven en de immuunreactie daarop sneller verstopt raken dan bij een volwassen kat. Bij katten met een verzwakt immuunsysteem, zoals oudere katten, kunnen de klachten door longwormen ook ernstiger zijn.
Diagnose stellen
Door middel van een röntgenfoto van de longen en ontlastingsonderzoek kan een infectie worden vastgesteld. De L1-larven van de longworm kunnen in de ontlasting worden aangetoond. Omdat de worm niet iedere dag in de ontlasting voorkomt, is het lastig om de besmetting vast te stellen. We adviseren daarom om altijd ontlasting van meerdere dagen te laten onderzoeken.
Op röntgenfoto’s van de longen kunnen ontstekingsreacties zichtbaar zijn, die kunnen wijzen op een longworminfectie.
Behandeling
De behandeling van Aelurostrongylus abstrusus bestaat uit het meermaals ontwormen van de kat. Omdat bepaalde middelen alleen de volwassen worm en niet de eitjes aanpakken, moet de behandeling herhaald worden. Sommige middelen werken ook tegen larvale stadia, maar herhaling is tóch aanbevolen vanwege larvale migratie en timing. Als gevolg van de sterfte van de longwormen en larven en de daarbij behorende reactie, lijken sommige katten na de behandeling eerst achteruit te gaan. Wanneer er sprake is van een secundaire bacteriële infectie en ontstekingsreactie kunnen antibiotica en ontstekingsremmers worden toegediend.
Preventie van longworm bij katten
De meest effectieve vorm van preventie is het voorkomen dat katten prooidieren eten of in contact komen met slakken, slakkenslijm en stilstaand water waarin slakken komen. Voor katten die buiten komen is dit zeer lastig te realiseren. Er zijn middelen op de markt om katten preventief te behandelen, maar lang niet alle ontwormingsmiddelen werken preventief tegen longworm.