- Kolibries voeden zich hoofdzakelijk met nectar, welke zij stil hangend in de lucht opzuigen uit de kroonbuizen van bloemen.
- De meeste kolibriesoorten leven vlakbij de evenaar. Slechts een klein aantal is tot aan Alaska in het noorden of tot Vuurland in het zuiden doorgedrongen.
- De kolibrie kan zijn tong ver buiten zijn snavel uitsteken. Met de punt van zijn tong zuigt hij nectar op.
- Meestal maakt het kolibrievrouwtje het komvormige nest van allerlei plantenvezels en spinnenwebben. Hier broedt ze dan haar twee piepkleine, witte eieren uit.
- De ‘metaalglans’ wordt veroorzaakt door de fijne structuur van de veren. Het zonlicht wordt op een bijzondere wijze door microscopische kleine plaatjes in de veren gebroken, waardoor de kolibrie wat weg lijkt te hebben van een glanzende regenboog.
- De Noord-Amerikaanse robijnkolibrie maakt tijdens zijn baltsvlucht tot tweehonderd vleugelslagen per seconde. Dit is een wereldrecord. Ter vergelijking: ‘onze’ mus haalt maar achttien vleugelslagen per seconde.
In de negentiende eeuw raakten modeontwerpers in de ban van het schitterende kleurenspel van de veren van de kolibrie. De exotische vogels werden massaal gevangen en belanden als versiering op de hoeden van dames uit de rijkere kringen. Er was een handelaar in Londen die in een jaar tijd 400.000 zakken met kolibries importeerde! Vermoedelijk werden in die periode al vele soorten kolibries uitgeroeid. Gelukkig ging die modetrend weer voorbij. Anders was deze sprookjesachtige vogel nu nergens ter wereld meer te zien.