De verzorging van pasgeboren kittens

Uw poes heeft een nestje kittens gekregen: gefeliciteerd! Er gaat nu nog een zeer kwetsbare fase in het leven van de kittens volgen. De eerste paar weken zijn de kittens compleet afhankelijk van hun moeder en van u. U zal de kittens ook goed in de gaten moeten houden om eventuele problemen zo snel mogelijk te onderscheppen.

Groei

Kittens moeten direct na de geboorte in gewicht toe gaan nemen. Het mooiste is dan ook als u een goede weegschaal in huis heeft om nauwkeurig de gewichten bij te houden. Het bijhouden hiervan in een dagboek raden we ten zeerste aan. We adviseren de eerste week de kittens dagelijks te wegen, daarna om de dag gedurende 3 weken. Kittens moeten de eerste weken 10-15 gram per dag groeien. Als kittens het minder goed doen of als er een kans is dat de moeder te weinig melk produceert, dan moeten de kittens zelfs 2 maal daags gewogen worden gedurende een aantal weken. 
Gewichtsverlies maar ook gelijk blijven in gewicht kan betekenen dat de kittens onvoldoende melk opnemen, dit is al binnen korte tijd dodelijk. Let er wel op dat de melkproductie van de moederpoes geen garantie is dat de kittens voldoende melk binnen krijgen. Bij minder dan 10-15 gram groei per dag, geen groei of zelfs afvallen moet u contact opnemen met ons.

Lichaamstemperatuur

Kittens kunnen de eerste weken hun eigen lichaamstemperatuur niet zelf reguleren. Ze zijn hiervoor afhankelijk van de temperatuur in de omgeving. De lichaamstemperatuur van een kitten moet op dag 1 ongeveer 35 graden zijn, stijgend naar 36 graden op dag 7. Bij een te lage lichaamstemperatuur kunnen de kittens onrustig worden en op zoek gaan naar een warmer plekje. Na een tijdje zullen ze slomer worden en kunnen dan ook overlijden door de te lage lichaamstemperatuur. Ondertemperatuur is de belangrijkste doodsoorzaak bij pasgeboren kittens.
Er moet dan ook voor een voldoende hoge omgevingstemperatuur gezorgd worden, dit kunt u doen door middel van dekens, kruiken of warmte lampen. Het mag echter ook niet te heet worden! Zorg in de eerste week voor een omgevingstemperatuur van 30-32 graden en houdt de kittens goed in de gaten. Als u twijfelt over de lichaamstemperatuur van de kittens, dan kunt u met een gewone thermometer in het rectum de temperatuur opmeten.

Voeding

De eerste weken drinken kittens uitsluitend moedermelk. Deze melk is zeer voedzaam en energierijk. Het bevat meer energie, eiwitten, vet en calcium dan koemelk of geitenmelk. In deze moedermelk zitten ook beschermende stoffen (antilichamen), die de kittens tegen infecties helpt beschermen.
Vanaf 4 tot 5 weken na de geboorte kunnen de kittens bijgevoerd worden met kittenvoer, liefst met blikvoeding. Dit is zacht en daarom gemakkelijk te eten. Kittens moeten 5 tot 6 keer per dag gevoerd worden. U kunt het blikvoer op een schoteltje geven, uw kitten zal nog wel moeten leren eten van een schoteltje. Dit kunt u doen door een beetje eten op uw vinger te doen en dat af te laten likken. Vervolgens doet u uw vinger op het schoteltje, totdat het kitten het eten van het schoteltje likt. Op een leeftijd van 6 tot 8 weken zijn de meeste kittens aan het vaste voer gewend. Hierna hoeven ze niet meer bij de moeder te drinken, dit wordt spenen genoemd.
Na het spenen is een uitgebalanceerde voeding van belang voor het gezond opgroeien. Te weinig, te veel of verkeerde voeding kan ernstige gevolgen hebben voor de rest van zijn leven. Speciale kittenvoeding is dan ook noodzakelijk. In kittenvoeding zit de juiste verhouding energie, eiwitten, vitaminen en mineralen. Hierdoor kan er een goede spierontwikkeling zijn, terwijl het kitten een goed skelet en gebit kan opbouwen. Extra vitaminen en mineralen zijn niet nodig en kunnen zelfs schadelijk zijn.

Gedragsproblemen met uw kat?
Gedragstherapie kat

Ontwikkeling

In de eerste weken zal het kitten niet veel meer doen dan drinken en slapen. De moeder helpt het kitten met poepen en plassen door de anus te likken, hierbij wordt een reflex tot poepen en plassen opgeroepen. Vervolgens eet de moeder deze ontlasting op! De ontlasting behoort redelijk vast van consistentie te zijn, in ieder geval niet waterdun. Bij dunne ontlasting moet u het gewicht van het kitten goed in de gaten houden. Is er sprake van geen toename in gewicht of zelfs afname dan moet u contact met ons opnemen.
Van de zintuigen zijn reuk en smaak wel vanaf de geboorte aanwezig, echter gehoor en zicht niet. Rond dag 10 zullen de ogen open gaan en rond dag 14 zullen de oren open gaan. Vervolgens zullen de kittens steeds beweeglijker gaan worden en gaan rondlopen. Rond 4 weken zullen de kittens ook meer op avontuur gaan in de nabije omgeving.

Moederloze kittens

Bij moederloze kittens zult u de kittens moeten helpen met eten en drinken. Hiervoor is speciale kittenmelk te koop. Gebruik geen koeienmelk of geitenmelk, deze zijn niet geschikt. Bij de meeste kittenmelk pakketten zit ook een speentje, dit maakt het makkelijker voor het kitten om te drinken. De eerste weken moet het kitten om de 2 tot 4 uur gevoed worden, dus ook in de nacht! Er moet per voeding ongeveer 4 ml per 100 gr lichaamsgewicht gegeven worden. Met de kittenmelk krijgen ze voldoende vocht, energie en voedingsstoffen binnen.
U moet ook het kitten helpen met poepen en plassen. Dit moet direct na de voeding gebeuren door met een wattenstokje of een doekje rondom de anus te masseren en daardoor de poep en plasreflex te stimuleren. Het kitten gaat dan direct poepen en plassen. Op 3 weken leeftijd kan het kitten zelf poepen en plassen zonder daarvoor gestimuleerd te moeten worden.
Moederloze kittens zijn veel gevoeliger voor infecties en achterlopen in de groei, ze moeten dan ook de eerste weken om de 12 uur gewogen worden om de groei goed in de gaten te houden.

Socialisatie

Het kitten wordt langzamerhand steeds bewuster van zijn omgeving en moet gaan leren wat normaal en veilig is en wat niet. Dit wordt de socialisatiefase genoemd, deze begint op ongeveer 5 weken leeftijd tot ongeveer 16 weken leeftijd. Socialisatie is te omschrijven als het proces waarbij het kitten het juiste sociale gedrag ten opzichte van soortgenoten, de mens en de omgeving leert ontwikkelen (als het ware een blauwdruk voor de rest van zijn leven). In deze periode leert het kitten niet alleen ‘wie en wat’ hij is, maar ook hoe de wereld eruit ziet en hoe hij zich hoort te gedragen in deze wereld. Van belang daarbij is dat het kitten in die socialisatiefase leert wie soortgenoten zijn (andere katten) en wie maatjes zijn (mensen, kinderen en eventueel andere diersoorten).
Dat betekent dat alles wat hij in deze periode als positief of negatief ervaart een onuitwisbare indruk achterlaat. Krijgt een kitten in deze periode de verkeerde indrukken of ontbreken belangrijke elementen, dan kan hij niet-gewenst gedrag ontwikkelen. Dit kan zich bij een kat vooral uiten in angstgedrag. Een kitten moet dus andere katten en andere dieren tegenkomen (klein, groot, wit, zwart), en daar een goede ervaring mee hebben. Ook moet uw kitten verschillende mensen tegen komen, en daarmee bedoelen we kinderen, oudere mensen, drukke, rustige mensen etcetera. Zo leert hij om geen angst te hoeven hebben voor verschillende typen mensen. Ook het ritje naar de dierenarts voor de entingen zal belangrijk zijn voor de socialisatie.
Voldoende contact met de moederpoes is van groot belang, omdat de moederpoes de kittens, die haar tijdens het spel te hard bijten, corrigeert. Hierdoor leert het kitten zijn/haar bijtgedrag intomen. Het is dan ook niet verstandig om het kitten voor 6 weken leeftijd bij de moeder weg te halen.

Entingen

Kittens moeten beschermd worden tegen besmettelijke ziektes, met name de kattenziekte en niesziekte. Dit gebeurt van 0 tot 6 weken leeftijd door het drinken van moedermelk (colostrum), hierbij krijgen ze antilichamen van de moeder binnen. Op latere leeftijd moet dit met entingen gebeuren. Het advies is om de eerste inenting op 9 weken leeftijd te geven, de vervolgenting op 12 weken. Voor verdere uitleg over de entingen verwijzen wij u naar de folder over de entingen. Tijdens de entingen zullen we uw kitten natuurlijk helemaal nakijken of hij gezond is en of er sprake is van aangeboren afwijkingen.

Ontworming

Door de dracht zijn spoelwormlarven in de moederpoes geactiveerd. We moeten er dan ook vanuit gaan dat de kittens besmet zijn met spoelwormen door de moederpoes. Dit kunt u helaas niet voorkomen. Het is dan wel van belang uw kitten goed te ontwormen, dit moet op 4, 6, 8 weken en op 4 en 6 maanden leeftijd gebeuren. Daarna adviseren we om uw kat 4 keer per jaar te ontwormen.