Vitamines

Vitamine A

Belangrijk voor het herstel en de groei van cellen. Een tekort hieraan heeft een negatieve invloed op groei en het zenuwstelsel, met aantasting van de slijmvliezen. Teveel vitamine A leidt tot kreupelheden en zelfs afwijkingen in het skelet. Katten kunnen zelf geen vitamine A aanmaken en zijn ervoor dus aangewezen op hun voeding.

Vitamine B

Werd er in eerste instantie nog gedacht dat er maar één vitamine B bestond, later werd duidelijk dat er meerdere zijn. De acht verschillende B-vitamines zijn:

  • Vitamine B1 (thiamine) – Vitamine B2 (riboflavine) – Vitamine B3 (niacine)
  • Vitamine B5 (patotheenzuur) – Vitamine B6 (pyridoxine) – Vitamine B8 of H (Biotine) – Vitamine B11 (foliumzuur)
  • Vitamine B12 (cobalamine) De meeste spelen een belangrijke rol bij de spijsvertering en celstofwisseling. De B vitamines komen voornamelijk voor in vlees, groenten, brood en zuivel. Ze hebben grote invloed op de energievoorziening van het lichaam. Tekorten kunnen leiden tot spierzwakte, verminderde eetlust, vermoeidheid, problemen met het zenuwstelsel, bloedarmoede, huidproblemen en haaruitval.

Vitamine C

Deze meest bekende vitamine is onder meer belangrijk bij de weerstand, opname van ijzer uit de voeding en celdeling. Een gebrek aan deze vitamine komt nauwelijks voor omdat honden en katten het zelf aan kunnen maken. Ze zijn er niet voor aangewezen op hun voeding. Teveel aan deze vitamine kan leiden tot calcium-oxalaat blaasstenen.

Vitamine D

Ook deze vitamine bestaat niet uit één maar een complex aan verschillende soorten. Onder invloed van Uv-straling uit zonlicht wordt bij mensen in de huid vitamine D3 aangemaakt, maar niet bij honden en katten. Het komt van nature voor in vette vis, vlees en volle merkproducten. Vitaminen D zijn belangrijk voor de vorming van sterke botten en tanden doordat ze de opname van mineralen als calcium en fosfor bevorderen. Een tekort aan vitamine D kan, net als bij mensen, bij dieren leiden tot botmisvormingen. Een dergelijk tekort is bekend onder de naam Engelse ziekte (rachitis).

Vitamine E

Als antioxidant beschermt vitamine E de cellen, celwanden, bloedvaten en andere weefsels. Het bevindt zich in onder meer plantaardige olie, noten en groene bladgroenten. Onvoldoende vitamine E komt vrijwel nooit voor, maar kan leiden tot futloosheid, bloedarmoede en spierzwakte, teveel is vrijwel nooit schadelijk omdat het lichaam het overschot zelf afvoert.

Vitamine K

Voor bloedstolling is vitamine K essentieel, maar het is ook belangrijk in de botstofwisseling en bij het behoud van elasticiteit van vaatwanden. Een tekort aan vitamine K is zeldzaam en kan leiden tot bloedingen. In extreme gevallen kan een overschot van deze vitamine leiden tot overmatige stolling (trombose). Het lichaam neemt deze vitamine op uit groene bladgroenten en enkele fruitsoorten, olie en vetten.

Bron: Dierenpraktijken jaargang 21, Lente 2016

vitaminen