Kattensprong

Kattensprong in het diepe

Katten zijn uitstekende klimmers. Men zou verwachten dat een kat die met een grote sprong prima een hoog plekje weet te bereiken, net zo gemakkelijk weer naar beneden kan springen. Heel vaak is dat echter niet het geval. Het kan zomaar gebeuren dat een kat vertwijfeld over een randje naar beneden kijkt, alsof hij zich afvraagt hoe hij daar ooit terecht is gekomen. En vooral hoe hij er ooit weer weg zal komen.

Tussenlanding

Het liefste zal een kat een diepe sprong proberen te voorkomen door een sprong te maken naar een minder diep obstakel om daar een tussenlanding te maken. Liever dan een rechtstreekse sprong naar beneden, zal de kat gebruik maken van een muurtje of iets dergelijks. De kat zal dan gebruik maken van het vertikale oppervlak door zijn voorpoten ze ver mogelijk langs de muur naar beneden te strekken alvorens de sprong te nemen. Er is zelfs een moment waarop de kat verticaal met alle vier de poten langs het muurtje rent. Hierna zet de kat zich met de achterpoten af om op die manier ruimte te scheppen voor het omlaag brengen van het achterlijf. Een kat komt met de kop naar onderen gericht en met een volkomen gestrekt lichaam naar beneden. Om de schok bij het landen te verspreiden over het gehele lichaam, worden de achterpoten snel dicht bij de voorpoten getrokken, soms zelfs voor de voorpoten. De krachtige zwiep van de staart geeft daarbij het lichaam als het ware een zetje.

Sprong in de ruimte

Wanneer er geen muurtje, verticale boomstam of andere mogelijkheid voorhanden is, móet de kat wel zomaar naar beneden springen. Zo gauw de achterpoten het contact hebben verloren, heeft de kat alleen nog maar zijn evenwichtsgevoel en zijn staart om zich te laten leiden. Heel even maar worden de voorpoten onder de kin gehouden, om zich al snel volledig te strekken waarbij de tenen worden gespreid. De polsen worden bij de landing sterk gebogen om de schok op te vangen, waarna de achterpoten zoals hier boven beschreven snel volgen.

 

kattensprong