Weet u wat uw kat buiten uitspookt?

Diep in zijn hart blijft de kat toch dat wilde dier van vroeger. Hij past zich helemaal aan ons leven aan, maar leeft zijn eigen leven op alle momenten dat het hem uitkomt. Vaak weten we helemaal niet wat hij nu precies uitvoert.

Territorium en leefomgeving

De plekjes waar de kat zijn dagelijkse leven leidt noemt men wel het primaire territorium. De kat slaapt er, brengt er zijn jongen groot en schuilt er als hij ziek of oud is. Hij kent ieder plekje. Voor onze huiskat is het vaak ons hele huis, of een verdieping. Zwerfkatten hebben een oud schuurtje of een eigen plek onder een afdakje. De omgeving aansluitend aan het primaire territorium noemt men secundair territorium. Alle katten kennen het primaire en secundaire territorium op hun duimpje. Zij weten waar de schuilplekjes zijn en waar kiertjes zitten waar ze misschien een muisje kunnen vangen. Ze hebben er hun eigen zonplekjes en een favoriete uitkijkpost. Maar de wereld van een kat reikt verder dan de grenzen van dit territorium.

Het jachtgebied

Buiten hun primair en secundair territorium, hebben katten ook nog een jachtgebied. Terwijl zij hun thuisgebied op leven en dood zullen verdedigen en de directe omgeving ervan ook niet graag delen, delen zij hun jachtgebied vaak wel met andere katten. Niet dat ze elkaar voor de voeten lopen, nee, ze hebben codes om het leven naar ieders zin in te richten.
Het jachtgebied van katten bestaat uit een netwerk van paadjes. Ze gebruiken alleen maar deze vaste paden, de gebieden ertussen hebben geen enkele betekenis. Slechts zelden wordt gebruikt gemaakt van die tussenvlakten. Dat is ook niet zo verwonderlijk, want op de bekende paden kent de kat ieder veilig vluchtplekje. Zij weten precies waar ze worden beschut door een bepaalde begroeiing. Of waar die ene boom staat om in te vluchten.

Geurmerken als naamplaatjes

Katten geven via geurmerken aan waar ze zijn geweest. Alle kenmerkende punten wordt 'gemarkeerd'. Katers, maar ook poezen, sproeien een straaltje urine. Deze urine ruikt sterker dan een gewone kattenplas. Ze wrijven met de kop, flanken of het stukje rug vlak boven de staart waar geurkliertjes zitten, langs struiken of rotsen die zich op opvallende plaatsen bevinden. Ook zitten in de voetzooltjes geurklieren die deze feromonen achterlaten. Dit kan nog versterkt worden door ook nog zichtbare krabsporen achter te laten.
Is het merk oud, dan zet de nieuwkomer zijn eigen merk er overheen. Is het geurmerk nog vers, dan wordt het ter kennisneming aangenomen en gerespecteerd. Deze geurmerken dienen puur als communicatie. Zo weten katten van elkaar wanneer de ander in de buurt was en hoe lang geleden dat is geweest. Ze kunnen elkaar op die manier ontlopen zonder confrontaties uit te lokken. Mochten ze elkaar toch tegen het lijf lopen, dan gaan ze liever even zitten. 'Even wachten' schijnt bij katten problemen vaak als vanzelf op te lossen. Na verloop van tijd staat een van de katten op en vervolgt zijn weg of hij de ander nooit heeft gezien. En die ander doet ook alsof hij van niets weet. Katten houden niet zo van problemen. Kunnen ze een rechtstreeks contact ècht niet vermijden en ècht niet doen alsof ze de ander niet hebben gezien, dan wordt via oogcontact beslist wie voorrang heeft. De katten staren elkaar heel intens aan. De kat die het eerste wegkijkt heeft verloren, de ander heeft voorrang. Lukt dit ook niet, dan ontstaan rituele dreiggevechten. Imponerend blazen, dreigend gillen, bluffen, alles is er op gericht niet te hoeven vechten. Pas bij gebrek aan een vluchtweg zal het gevecht echt bloederig worden.

Mag ik hem dat nu wel aandoen?

Het is natuurlijk heel sneu om een kat zo'n vrij, blij kattenleven te onthouden. Toch belemmeren veel mensen hun kat om naar buiten te gaan om volstrekt legitieme redenen. Een drukke verkeersweg, in de omgeving worden vaak katten vermist ("ik ben bang dat iemand hem oppakt en zelf houdt, of naar het asiel brengt, of vergiftigt"). Het zijn allemaal beslist gerechtvaardigde redenen om een kat niet naar buiten te laten gaan. Toch doet u uw kat misschien wel tekort als u hem de mogelijkheid onthoudt vrij door bos of hei te struinen, om van alles te ontdekken en op jacht te gaan: al is dat alleen maar 'fun' omdat hij nu eenmaal zijn maaltje thuis aangeboden krijgt.

Binnen de drukke stad is het een ander verhaal, hoewel katten ook daar de nodige gein kunnen beleven. Langs een volle verkeersweg is het inderdaad vragen om een kort leven van de kat. Maar wat is leuker: een kort en intens gelukkig kattenleven, of een saai lang leven?

Went men een kat van jongs af aan een leven binnenshuis en geeft men de kat de nodige variatie in speeltjes, uitdagingen (verstop zijn eten eens) en aandacht, dan weet de kat niet beter en heeft zo toch een fijn leven.

 

wat-spookt-de-kat-uit