Kennelhoest

Kennelhoest is een zeer besmettelijke voorste luchtweginfectie. Dit houdt in dat de keel, luchtpijp en grote bronchiën ontstoken zijn. Kennelhoest kan door veel verschillende micro-organismen veroorzaakt worden, de meest voorkomende verwekkers zijn het Para-influenza virus en de bacterie Bordetella bronchiseptica. Het is te vergelijken met de keelontsteking bij de mens, wat ook zeer veel verschillende veroorzakers kent.

Voorkomen en besmetting

Kennelhoest komt niet alleen voor in kennels, maar overal waar honden bij elkaar komen. Dit is dus in kennels, maar ook bij trainingen en op shows, en ook in het park waar honden met elkaar spelen. De ziekte wordt verspreid door druppeltjes vocht die worden uitgehoest en door opgegeven slijm. Een hoestende hond moet dus bij andere honden vandaan gehouden worden om verspreiding te voorkomen. Houd er rekening mee dat besmetting ook via mensenhanden of kleding kan plaats vinden. Ga er altijd van uit dat de infectiekans blijft bestaan zolang de hond hoest.
Elke hond kan besmet raken, dat betekent ook ingeënte honden. De enting geeft wel bescherming maar helaas kan besmetting toch optreden. Dit komt doordat er een vaccin tegen Para Influenza en Bordetella Bronchiseptica bestaat, maar helaas zijn er meerdere veroorzakers van kennelhoest. Vaak zijn de symptomen wel minder ernstig bij ingeente honden, net zoals de griep bij mensen die het griepvaccin gehad hebben.
Oudere honden en honden met hart of luchtwegproblemen hebben een verhoogd risico op besmetting.

Symptomen

De symptomen ontstaan meestal heel acuut. Het voornaamste symptoom is een droge harde schraaphoest, aanvalsgewijs in soms uitputtende hoestbuien. De buien ontstaan vooral door opwinding, bijvoorbeeld bij het uitlaten. Het slijm dat wordt geproduceerd wordt meestal doorgeslikt en zelden eruit gewerkt door kokhalzen. Er is in principe geen sprake van koorts, de eetlust is normaal en uw hond is veelal levendig.
In een klein deel van de gevallen echter neemt de ziekte ernstiger vormen aan. Dit gebeurt relatief vaker bij niet ingeente honden. Er ontstaat koorts en er ontwikkelt zich een (soms zeer) ernstige longontsteking. In dat geval is de hond ernstig ziek en heeft geen eetlust meer.

Therapie

Verreweg de meeste honden herstellen binnen enkele weken uit zichzelf van kennelhoest. Het is vaak een zelflimiterende infectie, dit betekent dat de infectie uit zichzelf eindigt. Nadien kan er nog enkele weken incidenteel gehoest worden.
 

Bij de milde vorm van kennelhoest adviseren wij het volgende:

  • U kunt een hoestdrank geven, zoals Bronchoforte®, deze is speciaal voor dieren gemaakt.
  • U moet veel rust geven. Zodra uw hond zich opwindt en sneller gaat ademen, zal hij weer beginnen te hoesten. Dit vertraagt het herstel. Ook al voelt uw hond zich dus niet ziek, hij moet wel als een zieke hond behandeld worden.
  • In plaats van een riem om de nek is het beter om een borsttuig om te doen. Als er aan de riem getrokken wordt, wordt er ook meteen druk op de luchtpijp uitgeoefend. En dit gebied is nou juist ontstoken. Hierdoor zal uw hond dus gaan hoesten. Met een borsttuig wordt er geen druk op de keel uitgeoefend.
  • Zorg voor een stofvrije omgeving, dus voorkom roken in de omgeving van de hond, was regelmatiger de kleden waar uw hond op ligt en probeer vaker te stofzuigen. Het inademen van stof zorgt op zich voor een hoestreactie, zeker in een ontstoken voorste luchtweg gebied.
  • Soms geven we een ontstekingsremmer mee. Dit zal helpen de zwelling van de luchtwegen te verminderen.

Er kan ook een zwaardere vorm van kennelhoest optreden, de gecompliceerde vorm. Hierbij raken ook de diepere delen van de longen ontstoken en ontstaat een longontsteking. Deze aandoening herstelt niet uit zichzelf en kan zonder behandeling zelfs tot de dood leiden.
Dus bij ergere hoestklachten waarbij sprake is van veel productie van slijm, bij verschijnselen van algemeen ziek zijn en koorts, bij jonge of oude dieren of dieren met een verhoogd risico is het veiliger om met uw hond naar een dierenarts te gaan. In sommige gevallen moeten we de kennelhoest met een antibioticakuur behandelen. Bovenstaande adviezen gelden dan natuurlijk ook nog.
Als het hoesten na behandeling niet minder of zelfs erger wordt, dan moet gekeken worden of er geen andere oorzaak voor het hoesten aanwezig is, zoals hartproblemen of andere problemen van de luchtpijp en longen. Hiervoor willen we vaak een röntgenfoto maken.

Preventie

De neusdruppelvaccin werkt binnen 3 - 5 dagen en geeft bescherming gedurende 1 jaar. Het grote voordeel van de neusdruppel is dat het snel een goede locale bescherming geeft. De besmettelijke veroorzakers worden al aangepakt bij het inademen, aangezien de bescherming in de neus wordt opgebouwd. De bescherming van de neusdruppel is tegen Para-Influenza en Bordetella Bronchiseptica.

Wij adviseren de neusdruppel te geven in iedergeval als extra bescherming vereist is. Dit is in gevallen van pensionbezoek, of als de hond mee gaat met een hondenuitlaat service, of als er sprake is van hart of longaandoeningen. In de meeste pensions is het ook verplicht via de neusdruppel tegen kennelhoest te enten.

Volgens het nieuwe diergeneesmiddelenbesluit en de diergeneesmiddelenregeling is het verboden om merknamen van diergeneesmiddelen, die alleen bij een dierenarts en niet in een dierenwinkel verkrijgbaar zijn op het internet te vermelden. Uw dierenarts mag het wel mondeling aan u doorgeven.

Entreactie

Soms treden er entreacties op. Bij de neusdruppel kan er sprake zijn van meer niezen dan normaal. Dit niezen komt als reactie van het neusslijmvlies op de neusdruppel. Uw hond mag er niet ziek van worden en er mag ook geen groengeel slijm uitgeniesd worden, dan moet u contact met ons opnemen.
Belangrijkste vorm van preventie is het contact voorkomen met besmette dieren, maar dit is niet altijd eenvoudig.