Voeding van het konijn

Konijnen hebben een zeer bijzondere spijsvertering

Konijnen hebben een bijzondere spijsvertering. Een groot deel van de vertering vindt plaats in het laatste stuk van het maagdarmkanaal, namelijk de dikke darm en de blinde darm. Doordat deze voedingsstoffen pas in het laatste deel van de darmen vrijkomen, kunnen ze niet meer worden opgenomen. Ze worden uitgepoept in de vorm van speciale keutels, de caecotroof of ook wel nachtkeutel genoemd. Vervolgens eet uw konijn deze caecotrofen direct uit de anus weer op, waardoor een tweede vertering kan plaatsvinden. Hierbij worden veel vetzuren, eiwitten, vitamines, elektrolyten en water alsnog opgenomen. De voedingsstoffen die op deze manier worden opgenomen vanuit de caecotrofen heeft uw konijn ook echt nodig. Door de samenstelling zijn de caecotrofen voor een konijn normaliter erg smakelijk. De samenstelling is afhankelijk van wat uw konijn eet en dus van de samenstelling van het voer. Er moet dan ook goed opgelet worden dat uw konijn zijn caecotrofen goed opeet.
De naam nachtkeutels is een beetje verraderlijk: het konijn produceert ze weliswaar vooral in de nacht, maar ook wel overdag. Caecotrofen zien er anders uit dan de normale keutels: ze zijn donkerder, kleiner en vochtiger, bedekt door een slijmlaag en ruiken sterker. De keutels die overdag geproduceerd worden, zijn droog en hard.
Doordat de spijsvertering van een konijn zo bijzonder is, is het ook meteen een zwak punt. Kleine afwijkingen in de spijsvertering kunnen snel grote gevolgen hebben. Diarree en niet eten zijn veel sneller gevaarlijk voor een konijn dan bijvoorbeeld voor een hond. Het is dan ook van belang dat u goed in de gaten houdt hoe het eten en het keutelen bij uw konijn gaat. Als u helemaal geen keutels meer in het hok van uw konijn vindt (dus zowel bij geen keutels als bij dunne ontlasting), dan is er iets niet goed en moet u direct contact opnemen met uw dierenarts.

Hooi, krachtvoer

Onbeperkt vers hooi is het belangrijkste onderdeel van de voeding voor uw konijn, eigenlijk heeft uw konijn niet meer nodig dan alleen vers hooi. Daarbij moet er wel altijd vers water aanwezig zijn. De vezels in het hooi zijn zeer belangrijk om de darmen goed in beweging te houden en de darmflora optimaal te houden. Er zijn tegenwoordig veel verschillende soorten hooi te koop. Het is beter om geen alfalfa hooi (= luzerne hooi) en klaverhooi te geven, hier zit veel calcium in waardoor uw konijn meer blaasgruis kan gaan ontwikkelen. Goede soorten hooi zijn bijvoorbeeld brandnetel hooi, lavendelhooi, hooi van gras en timoteihooi. Voor het correct afslijten van de tanden is het noodzakelijk knaagmateriaal te geven en daarvoor is hooi het beste. Geef geen kauwsteen of liksteen, hierdoor kan uw konijn ook weer gemakkelijker blaasgruis ontwikkelen.
Als u krachtvoer geeft, geef dan niet meer dan 20 gram krachtvoer per kilo lichaamsgewicht. Let er goed op dat als uw krachtvoer met verschillende kleurtjes of vormpjes geeft, dat uw konijn niet bepaalde kleurtjes of vormpjes standaard laat liggen. Anders krijgt uw konijn verkeerde hoeveelheden voedingsstoffen binnen.

Groenvoer en fruit

Verder kunt u groenvoer geven als snack. Begin altijd rustig met het introduceren van een nieuw groenvoer, de darmen moeten daar rustig aan wennen. Zorg er wel altijd voor dat het hoofddieet hooi, water en eventueel krachtvoer is, en dus niet de snacks zoals groenvoer en fruit!!
Geschikt groenvoer is: boerenkool, bloemkool, broccoli, Chinese kool, paksoi, andijvie, peterselie (beperkt), selderij, mosterdblaadjes, Romeinse sla, basilicum, waterkers, wortel en loof, witlof, paardenbloemen en weegbree (let op: bij blaasgruis zijn sommige groenvoeders niet goed!).
Ook fruit als snack vindt een konijn vaak erg lekker. Bijvoorbeeld appel, peer, kiwi, perzik, kers, zwarte bes, bosbes, aardbei, framboos, ananas, mango, meloen, kruisbes en banaan. Geef fruit in kleine hoeveelheden, het bevat namelijk veel suiker en kan diarree veroorzaken.
Wat NIET gegeven mag worden zijn: bieslook, prei, ui, knoflook, alle soorten bonen en erwten, rabarber, vaste kool zoals rode kool, aardappelen, aardappelschillen en klaver.

Niet willen eten en niet kunnen eten

Het is van groot belang dat uw konijn goed kan eten en ook goed wil eten. Niet eten kan een verstoring in de spijsvertering geven, wat snel grote problemen kan geven. Uw konijn wil bijvoorbeeld minder eten als hij zijn voeding niet lekker vindt, ergens pijn heeft of enorme stress heeft. Soms wil uw konijn wel eten, maar kan hij het niet meer. Dat gebeurt bijvoorbeeld bij haarballen en gebitsproblemen. Als uw konijn nog wel eet maar minder dan normaal of anders eet dan normaal (bijvoorbeeld minder snel), dan kan dat op de langere termijn voor problemen zorgen. Het is dan ook verstandig bij uw dierenarts langs te gaan in een vroeg stadium om verdere problemen te voorkomen.
Als uw konijn helemaal niet meer eet, dan kan dit binnen een dag leiden tot een levensbedreigende situatie. Zodra de darmen geen voedsel hebben om te verteren, dan gaan bepaalde bacteriën gassen vormen. Door deze gassen worden de darmen langzaamaan uitgerekt. Dit heet een gasbuik, ofwel trommelzucht of tympanie. Door de uitgerekte darmen krijgt uw konijn buikpijn waardoor hij niet meer wil eten, en dat zal de gasbuik weer erger maken. We komen dan in een vicieuze cirkel die moeilijk te doorbreken is. Een konijn met een gasbuik zal steeds slomer worden. Verder ziet hij er opgezwollen uit met vaak een harde pijnlijke buik. Hij zal niets eten en uiteindelijk ook geen keutels meer produceren. Als uw konijn deze verschijnselen vertoont, dan moet u direct een afspraak maken bij uw dierenarts.