Melkkliertumoren bij de hond

Melkkliertumoren zijn één van de meest voorkomende soort tumoren bij de hond. We zien deze tumoren vooral bij oudere teefjes. Bij bepaalde rassen komen melkkliertumoren wat vaker voor, bijvoorbeeld bij poedels, Engelse cocker spaniels, Engelse setters, fox en boston terriers.

Geslachtshormonen

Geslachtshormonen spelen een rol bij het ontstaan van de tumoren. Sterilisatie ook wel ovariëctomie, het wegnemen van de eierstokken, kan het risico op het ontstaan van melkkliertumoren sterk verminderen. Honden die vóór hun eerste loopsheid gesteriliseerd worden hebben een risico van 0,5 %, op het krijgen van melkkliertumoren na hun eerste loopsheid is dit risico 8 %, en na de tweede loopsheid is het risico 26 %. Na de derde loopsheid is er wat betreft het ontstaan van tumoren in de melkklieren, geen effect van de sterilisatie meer te verwachten. Uiteraard blijft het effect met betrekking tot eventuele eierstok- of baarmoederproblemen altijd gunstig.
In melkkliertumoren bevinden zich bepaalde receptoren voor oestrogeen en progesteron (voortplantingshormonen). Door op jonge leeftijd te steriliseren, en zo de productie van deze hormonen te stoppen, proberen we het melkklierweefsel minder gevoelig te maken voor het ontstaan van tumoren. Anti-loopsheid injecties kunnen juist het ontstaan van melkkliertumoren stimuleren, daarom hebben deze injecties niet onze voorkeur. Toch kunnen ook reuen melkkliertumoren ontwikkelen.

Bultjes in het melkklierweefsel

Meestal is het eerste wat opvalt één of meerdere bultjes in het melkklierweefsel. Goedaardige melkkliertumoren zijn meestal klein, goed omschreven en stevig. In de achterste melkklieren komen het vaakst tumoren voor. De tumoren kunnen ook ulcereren (ontsteken of zweren). Soms kan er wat uitvloeiing via de tepel plaatsvinden. Wanneer we een bultje voelen in de melkklieren denken we gauw aan tumoren, maar ook tumoren uitgaande van een ander weefsel dan melkklierweefsel, ontsteking van de melkklieren of opzetting van het weefsel is mogelijk.

Behandeling

Wanneer we een dier verdenken van een melkkliertumor is een uitgebreid bloedonderzoek aan te raden. Zo krijgen we een goed beeld van de orgaanfuncties en het bloedbeeld (witte en rode bloedcellen).
We kunnen het bultje in de melkklieren aanprikken, en de cellen laten onderzoeken (cytologie). Door middel van cytologie kunnen we niet het onderscheid tussen goed- of kwaadaardige tumor maken, maar wel het onderscheid tussen tumor en ontsteking of cyste. De definitieve diagnose kan pas gesteld worden na het laten onderzoeken van het tijdens de operatie verwijderde weefsel (histologisch onderzoek).
Aangezien melkkliertumoren kunnen uitzaaien, is het maken van een röntgenfoto van de longen verstandig. Wanneer er al uitzaaiingen zichtbaar zijn, is de prognose niet goed, en wordt een operatie niet aangeraden. Wanneer er op de röntgenfoto geen uitzaaiingen te zien zijn, wil dit niet zeggen dat ze er niet zijn, aangezien sommige uitzaaiingen microscopisch klein zijn. Ook kunnen melkkliertumoren uitzaaien naar de lymfeklieren. Zo kan tijdens het algemeen onderzoek van uw hond al opvallen dat deze vergroot zijn. Wanneer uitzaaiingen in de lymfeklieren vermoed worden, maakt dit de prognose slechter.

Goed- of kwaadaardig

Bij honden is 50 % van de melkkliertumoren goedaardig. Vaak hebben ze een wisselende oorsprong, zowel bindweefsel als melkklierweefsel. De andere 50 % is kwaadaardig, en ook deze kunnen uit verschillende weefsels ontstaan. Van alle kwaadaardige tumoren zal 50 % opnieuw optreden of uitzaaien na de eerste wegname van de tumor. De overlevingstijd na het verwijderen van de tumor hangt af van de uitslag van de histologie (soort weefsel), de grootte van de tumor (>3 cm slechtere prognose), de betrokkenheid van lymfeklieren, de ingroei van bloedvaten in de tumor, de grootte van de hond (grotere honden hebben een slechtere prognose), aanwezigheid van ontsteking van de tumor en uitzaaiingen in onder andere de longen.

Operatie

Het belangrijkst in de behandeling van melkkliertumoren bij de hond is het verwijderen van de tumor. Enkel bij inflammatoire carcinoma's (een zeer kwaadaardige tumor met flinke ontsteking) raden we geen operatie aan, aangezien het meestal niet goed mogelijk is de tumor volledig te verwijderen, en teruggroei op zeer korte termijn (enkele dagen) mogelijk is. In andere gevallen proberen we de tumor te verwijderen op de simpelst mogelijke manier. Bijvoorbeeld bij bultjes met een doorsnede van ongeveer een centimeter, nemen we enkel de bult met een marge er omheen weg (nodulectomie). Wanneer bultjes 1-2 cm groot zijn, nemen we reeds de hele melkklier weg (mammectomie). Wanneer er meerdere bultjes aanwezig zijn in meerdere melkklieren, halen we meerdere melkklieren weg, of zelfs de gehele melklijst (alle melkklieren aan één kant, mastectomie). Wanneer in beide melklijsten tumoren aanwezig zijn, zal de hond in 2 afzonderlijke operaties geopereerd moeten worden, aangezien er anders in één keer te veel weefsel verwijderd wordt.
In sommige studies wordt aangeraden om tijdens de melkklieroperatie ook direct te steriliseren. Dit zal geen effect meer hebben op de resterende melkklieren, maar is wel gunstig met betrekking tot eventuele eierstok- of baarmoederproblemen in de toekomst.
75 % van de honden met melkkliertumoren kan genezen worden via een operatie. Over chemotherapie bij melkkliertumoren bij de hond is nog relatief weinig bekend, en wordt ook nog niet vaak ingezet.

melkkliertumoren-hond