Huisvesting konijn

Konijnen kunnen zowel binnen als buiten leven in een hok.

Buiten

Konijnen kunnen goed tegen kou maar niet tegen tocht, nattigheid en felle zon. Ze hoeven dan ook niet tijdens een vorstperiode in een schuur of binnen gezet te worden. Wel hebben konijnen een warm tochtvrij hok nodig met voldoende stro. Het is aan te raden dat u uw konijn óf binnenshuis óf buitenshuis huisvest, en dit niet regelmatig te veranderen. Een konijn dat buiten moet overwinteren, moet buiten wennen aan de lager wordende temperatuur zodat hij een wintervacht kan gaan ontwikkelen.

Vooral op warme dagen is extra controle nodig van buitenkonijnen. Vliegen kunnen hun eitjes in vies geworden vacht (bijvoorbeeld door urine of ontlasting) gaan leggen, waardoor er maden uitkomen die de huid en spieren van het konijn kunnen aanvreten. Dit is een zeer levensbedreigende situatie waarvoor u direct contact met een dierenarts moet opnemen.

Binnen

Konijnen kunnen ook makkelijk binnen leven. Het zijn zeer zindelijke dieren en zij zullen dus ook een bepaalde hoek in het hok als toilet gaan gebruiken. Zodra u erachter bent welke hoek dit voor uw konijn is, kunt u speciaal extra-absorberend strooisel voor de mesthoek gebruiken, zodat de urine beter wordt opgenomen.

Bodembedekking

Voor bodembedekking van het hok kunt u verschillende materialen gebruiken, zoals stro, zaagsel of kranten. Hoe dan ook moet het hok enkele malen per week schoongemaakt worden.

Voer en drinken

Gebruik voor voer- en drinkbakjes roestvrijstalen bakjes, deze kunt u los in het hok neerzetten of aan de tralies ophangen. Drinkflesjes kunnen ook gebruikt worden, deze zijn echter slechter schoon te houden en kunnen verstopt raken zonder dat u het door heeft. U moet ze dus regelmatig controleren. Ververs iedere dag het eten en het drinken, leg ook iedere dag vers hooi in het hok voor het knagen.

Giftige planten of struiken

Omdat konijnen veel lichaamsbeweging nodig hebben, moeten ze regelmatig los lopen in een grote (buiten)ren of in de kamer. Maar let op dat ze niet bij giftige planten en bedrading kunnen komen. Voorbeelden van giftige planten zijn: Aronskelkfamilie, leliefamilie (hyacinten, lelies, tulpen, aspidistra, zwarte nachtschade, oranjeappelboompje etc), narcissenfamilie (alle narcissen, agave, amaryllis), wolfsmelkfamilie, taxus, kerstster (palmboompje, buxus, philondendron), losse bloemen of planten (anjers, azalea, laurier, rododendron, berenklauw, hortensia, maretak, naaldbomen, rabarber, ridderspoor, jasmijn, kamperfoelie) en witte- rode- en savooiekool.

Ook mierenlokdozen, muizengif, onkruidgif, mollengif, slakkengif, vlooienbanden en bepaalde vlooiendruppels (Frontline®) zijn giftig voor konijnen.