Brachycephaal obstructief syndroom BOS

Brachycephaal obstructief syndroom, ook wel afgekort tot BOS, is een verzamelnaam voor meerdere afwijkingen aan de ademhalingswegen bij kortsnuitige rassen. Brachycephaal betekent korte neus. Voorbeelden van rassen zijn Engelse en Franse Bulldoggen, Shih Tzu's, Lhasa Apso's, Boston Terriërs en Mopshonden. Ook bij katten kan het syndroom optreden, bijvoorbeeld bij de Himalaya. De afwijkingen die we zien zijn te nauwe neusgaten, een verlengd zacht gehemelte, en een te kleine/nauwe luchtpijp. Door de obstructie kan een larynx collaps (strottehoofdverslapping) optreden. Later in dit artikel worden deze afwijkingen besproken.
De ernst van de afwijkingen kan verschillen, en honden kunnen één of meerdere symptomen vertonen.

  • Te nauwe neusgaten.
    Door een verkeerde aanleg sluit het kraakbeen van de neusvleugels de neusgaten gedeeltelijk af. Door de abnormale manier van ademen worden brachycephale honden meer blootgesteld aan ziekteverwekkers ter hoogte van de longen, waardoor ze een verhoogde kans op longontstekingen hebben.
  • Verlengd zacht gehemelte.
    Doordat de kaken korter zijn bij brachycephale rassen, is het zachte gehemelte relatief te lang. Het achterste gedeelte van het zachte gehemelte komt tot voorbij het strotklepje (de epiglottis). Bij inspanning of opwinding wordt het zachte gehemelte in de glottis gezogen, waardoor ademen verder bemoeilijkt wordt. Dit veroorzaakt het typische ademen van kortsnuitige rassen. Doordat het gehemelte constant tegen de glottis aan beweegt, raakt deze verder beschadigd en gezwollen, waardoor een vicieuze cirkel ontstaat.
  • Te kleine/nauwe luchtpijp (tracheahypoplasie).
    Tracheahypoplasie is een fout in de aanleg van de luchtpijpringen van de luchtpijp waardoor de luchtpijp vernauwd is. De aandoening is aangeboren, en dus bij jonge honden al aan te tonen. Dit zien we voornamelijk bij Engelse Bulldoggen.
  • Larynx collaps (strottehoofdverslapping).
    Een larynx collaps kan optreden wanneer voorgaande kenmerken aanwezig zijn. Door de toenemende negatieve druk tijdens het inademen, kan het kraakbeen in de keel vervormen en uiteindelijk zelfs ineenzakken. Hierdoor wordt de luchtstroom nog verder beperkt. De behandeling komt vooral neer op het aanpakken van de onderliggende oorzaken (zie hierboven). Bij honden met ernstige larynx collaps is de prognose slecht.

Klinische symptomen

Symptomen komen vooral door de afwijkende (verminderde) luchtvloei door de bovenste luchtwegen (de luchtwegen buiten de borstholte). Wat regelmatig voorkomt is hoorbaar/piepend ademen, meer moeite moeten doen om in te ademen, snurken, het blauw worden van bek en tong en flauwvallen. De symptomen worden verergerd door inspanning, opwinding en hoge omgevingstemperaturen.
Door de bemoeilijkte ademhaling kan zwelling en ontsteking van de keel optreden, en zo kunnen de symptomen nog verergeren. Soms kan zelfs een levensbedreigende situatie ontstaan.

Diagnose

De diagnose wordt gesteld op basis van ras, klinische symptomen en de vorm van de neusgaten. Soms is de hond gevoelig ter hoogte van de luchtpijp, en begint hij te hoesten bij druk op de luchtpijp. Door middel van een laryngoscopie (kijken in de keel) kan het gehemelte (te lang) worden beoordeeld. Door middel van een röntgenfoto kan beoordeeld worden of de trachea (luchtpijp) te klein of plat is.

Behandeling

Bij te nauwe neusgaten kan een stuk van het kraakbeen verwijderd worden, zodat de opening vergroot wordt. Een verlengd zacht gehemelte kan ingekort worden. Bij een te kleine/nauwe luchtpijp kan chirurgisch een stent geplaatst worden.

brachycephaal