Epilepsie

De epilepsiepatiënt is vaak een moeilijke patiënt. Het blijft een wat ongrijpbare ziekte die heel wat impact op uw huisdier, op u en uw hele gezin kan hebben. Wie voor het eerst een epileptiforme aanval meemaakt, schrikt vaak enorm. Soms lijkt het wel of uw huisdier dood gaat op het moment van de aanval.
Iets wat de ziekte nog moeilijker maakt, is dat er zeer veel verschillende oorzaken mogelijk zijn en dat het niet altijd mogelijk is erachter te komen wat bij uw huisdier de oorzaak is. Het is dan ook bijna nooit mogelijk om te genezen van epilepsie.

Wat is epilepsie?

Epilepsie is het herhaald optreden van toevallen. Een toeval is een aanval van (zeer) abnormaal gedrag: dit abnormale gedrag moet wel een aantal typische kenmerken hebben. Epilepsie is dus niet meer dan de naam die gegeven wordt aan een verschijnsel. De term epilepsie zegt niets over de oorzaak van de toevallen, het is zelfs erg moeilijk om achter de oorzaak te komen.
Toevallen ontstaan omdat de functie van hersencellen verstoord is. De belangrijkste functie van hersencellen is het opwekken, doorgeven en ontvangen van elektrische signalen. Die elektrische activiteit wordt met ingewikkelde systemen in goede banen geleid en te sterke signalen worden afgezwakt. Bij een toeval is er sprake van een kortdurende ontsporing van de elektrische activiteit van de hersencellen. De ongecontroleerde elektrische ontladingen verspreiden zich door de hersenen en veroorzaken de verschijnselen die bij een toeval worden waargenomen.
De gestoorde functie van de hersencellen kan veroorzaakt worden door een ziekte of afwijking van de hersenen zelf (ontsteking, litteken na een hersenschudding, aangeboren afwijking et cetera), maar kan ook het gevolg zijn van een ziekte elders in het lichaam, zoals een stofwisselingsziekte. Bijna elk orgaan kan door verstoorde functie epileptiforme aanvallen veroorzaken. Meestal is er echter geen oorzaak voor de toevallen te vinden. In dat geval wordt gesproken van echte of primaire epilepsie.
Bij epilepsie treden de toevallen bij herhaling op en met een zekere regelmaat. De tijdsduur tussen de toevallen is per individu verschillend, maar in het algemeen zit er tussen de toevallen 3 tot 6 weken.

Verschillende soorten epilepsie

De indeling van de verschillende soorten toevallen vindt plaats op grond van de vorm van de aanvallen (hoe ziet het er uit?) en op grond van de oorzaak. Bij de mens worden een groot aantal verschillende vormen van epilepsie onderscheiden.
Bij de hond en kat is dat slechts in beperkte mate mogelijk en wordt onderscheid gemaakt tussen algehele aanvallen (gegeneraliseerde toevallen), gedeeltelijke of incomplete aanvallen (partiële toevallen) en aanvallen die niet onder te brengen zijn in de voorgaande categorieën (atypische toevallen). De gegeneraliseerde vorm komt het meeste voor bij onze huisdieren en wordt ook wel "Grand Mal" genoemd. Daarnaast wordt onderscheid gemaakt in toevallen met een oorzaak en toevallen zonder een oorzaak. De laatste categorie wordt echte of primaire epilepsie genoemd, deze zien we het meest bij honden en katten.

Voorkomen van epilepsie

Primaire (echte) epilepsie komt regelmatig voor bij alle rassen en bij kruisingen. Bij sommige rassen komt het veel vaker voor en wordt vermoed dat het erfelijk is. Epilepsie wordt evenveel bij katers als poezen gezien. We zien epilepsie veel minder vaak bij katten dan bij honden.

De eerste toevallen bij echte epilepsie beginnen op een leeftijd tussen de 1 en 5 jaar. Na de eerste toeval is het uiteraard nog niet bekend of er meerdere zullen volgen in de toekomst. Tussen de eerste en de tweede toeval kunnen maanden voorbij gaan. De periode tussen de toevallen wordt in de loop van de tijd korter en blijft dan min of meer constant (2 tot 6 weken). Dit is een zeer globaal gemiddelde, want bij sommige dieren kan het aantal tot enkele per jaar beperkt blijven en bij andere kunnen series toevallen om de week plaatsvinden.

Meestal is er geen bepaalde aanleiding voor de toevallen aan te wijzen en komen ze onverwacht. Opvallend is dat het vrijwel altijd binnenshuis gebeurt en in de vertrouwde omgeving en dan vaak laat in avond, gedurende de nacht en vroeg in de ochtend. Er is geen relatie met opwinding of inspanning. Tussen de toevallen door gedraagt uw huisdier zich compleet normaal.

Hoe ziet een epileptiforme aanval eruit?

Er is een grote variatie in vormen van toevallen, maar per dier is de vorm vrij constant. De meest voorkomende vorm van epilepsie bij onze huisdieren is de zogenaamde gegeneraliseerde vorm. Deze toevallen verlopen in drie fasen, die bij de meeste dieren duidelijk van elkaar onderscheiden kunnen worden.

Inleiding of aura
Tijdens de periode voorafgaand aan de toeval, de aura, vertonen de dieren afwijkend gedrag: onrustig, aanhalig, rare blik in de ogen, meer miauwen. Deze inleiding kan slechts enkele seconden duren en valt dan nauwelijks op, maar kan ook enkele dagen duren.
 

Toeval of ictus
De eigenlijke toeval, ictus, begint met omvallen en het dier verliest het bewustzijn. Er ontstaan heftige krampen van de poten en het gehele lichaam. Vaak trekt het dier ook de kop helemaal verstijfd naar achter. Na enkele minuten treedt een soort verstijving op gevolgd door ontspanning en het dier komt weer bij bewustzijn. Bij katten wordt nog al eens gezien dat ze zich in hun eigen poten en staart gaan bijten.
De ictus duurt in het algemeen enkele minuten. Tijdens de ictus kan het dier urine of ontlasting verliezen. Of dit wel of niet gebeurt is geen maat voor de ernst van de aanval. De tongbeet, zoals bij de mens kan voorkomen, wordt bij dieren niet gezien.
 

Einde of post-ictale fase
De ictus wordt gevolgd door de post-ictale fase. Na het bijkomen en overeind krabbelen zijn de meeste dieren volledig "de kluts kwijt" en hebben tijdelijk verlies van geheugen, zien slecht, lopen ongecoördineerd en zijn soms erg dorstig en hongerig. De post-ictale fase kan enkele seconden tot dagen duren.
Tijdens de post-ictale fase dient uw huisdier voorzichtig benaderd te worden omdat het dier niet weet waar het is, de eigenaar niet herkent, mogelijk zelfs niet kan ruiken en slecht ziet. Een onverhoedse benadering kan een schrikreactie geven en daarmee agressiviteit.

De hierboven beschreven vorm is de meest voorkomende bij de hond en kat, maar er zijn ook andere vormen, zoals: kortdurende aanvallen van schokkende bewegingen van de kop, zonder dat het dier omvalt of het bewustzijn verliest; of toevallen waarbij het dier zich afwijkend gaat gedragen (zeer onrustig en hyperactief, wild rondrennen, naar binnen en naar buiten willen, etc.) en waarbij geen krampaanvallen ontstaan.

Onderzoek

Wanneer uw huisdier voor de eerste keer een toeval heeft gehad, is het altijd verstandig een dierenarts te raadplegen. Deze kan afwijkingen onderkennen die op een bepaalde oorzaak van de toeval kunnen duiden en kan bepalen of nader onderzoek nodig is. Meestal zal dit in eerste instantie een onderzoek van het bloed zijn.
De mogelijkheden om afwijkingen in de hersenen van uw huisdier te onderzoeken zijn zeer beperkt en kostbaar. Bovendien zijn de afwijkingen die bij een dergelijk onderzoek in de hersenen worden gevonden, zelden doelmatig te behandelen.

Therapie

Moet een huisdier met epilepsie behandeld worden en wat kan van een behandeling verwacht worden?
Een behandeling tegen toevallen zal zelden het effect hebben dat de toevallen volledig verdwijnen. Een optimaal effect is bereikt indien de aanvallen in aantal afnemen en de ernst van de aanvallen minder wordt. Het bereiken van een dergelijk wordt bepaald door de juiste dosering van de medicijnen. De juiste individuele dosering moet proefondervindelijk uitgezocht worden. Het aanpassen van de dosering doen we vaak na het bepalen van de medicijnbloedspiegel.

Het lukt lang niet altijd om een bevredigende en acceptabele situatie te bereiken. Zelden omdat de problemen voor het dier ondraaglijk zijn, maar meestal omdat het ondraaglijk is voor de eigenaar. En dat is ook zeer begrijpelijk, want een huisdier met epilepsie vereist veel extra zorg en aandacht, het beperkt de bewegingsvrijheid van de eigenaar. Tevens gaat het gepaard met flinke kosten en de resultaten van een behandeling kunnen teleurstellend zijn.

Doel van de behandeling:

  • Het vergroten van de tijd tussen twee (series) toevallen.
  • Het verminderen van de ernst van de toevallen.
  • Het verminderen van de lengte van de toevallen.

Belangrijkste punten bij de behandeling:

  • Plotselinge veranderingen in de medicatie (stoppen, vergeten, wijzigingen van de dosering of wisseling van soort medicijn) kunnen het ontstaan van toevallen in de hand werken.
  • Het kan enige tijd duren voordat een optimale dosering tot stand is gekomen. Ook zijn er dieren die onvoldoende of in het geheel niet reageren op de ingestelde behandeling. Gelukkig is dat zelden het geval.
  • Veranderingen in het dagelijks gebeuren kunnen het optreden van toevallen in de hand werken.
  • Een dier met epilepsie is gevoeliger voor bepaalde narcosemiddelen. Zeg daarom altijd dat uw huisdier epilepsie heeft, als u hem naar de dierenarts brengt voor een operatie.
  • Maak notities op een kalender over het optreden en de ernst van de toevallen en de bijzonderheden die u van belang acht ( bv. medicijnen vergeten of uitgebraakt door ziekte, veel bezoek gehad en hond was erg onrustig). Zo'n "toevalkalender" is erg belangrijk voor het bepalen van de meest effectieve behandeling.

Wat te doen/ niet te doen bij een toeval?

Probeer rustig te blijven en niet in paniek te raken. Probeer vooral niet om de aanval te stoppen door uw dier vast te houden. Voorkom dat de kat zich tijdens de aanval beschadigt. Sommige eigenaren vinden dat de kat agressief wordt. Dit is meestal het gevolg van het feit dat ze de kat proberen vast te houden tijdens een aanval. De kat maakt volkomen willekeurige bewegingen waarvan het dier zich niet bewust is. Als uw dier met de kaken klappert en de eigenaar doet een poging om de kop vast te houden, kan makkelijk een bijtwond opgelopen worden. Het ingeven van tabletten tijdens een aanval is gevaarlijk en heeft bovendien geen enkele zin. Wel kunnen rektiolen (een vloeistof die rectaal wordt toegediend) met diazepam toegediend worden: deze kunnen de aanval stoppen.

Status epilepticus

Epilepsie is op zich beslist geen levensbedreigende situatie. Uw kat kan er net zo oud mee worden als een niet-epileptische kat. Wel moet iedere eigenaar van een kat met epilepsie op de hoogte zijn van het bestaan van de zo genaamde status epilepticus. Deze toeval kan het best omschreven worden als "een uit de hand gelopen toeval". In plaats van een toeval van enkele minuten tot een kwartier verkeert de kat een half uur tot een uur in een toestand van voortdurende krampen zonder dat er een duidelijke rustfase is. Dit is levensbedreigend en dient door de dierenarts gestopt te worden.
Indien uw kat toevallen in langdurige series krijgt of een status epilepticus heeft gehad kunt u met uw dierenarts overleggen over de mogelijkheid om valium rectaal toe te dienen via een rectiole.

Tenslotte

Zorg er voor dat de naam en de dosering van de medicijnen in het paspoort van uw kat staan en vermeldt bij ieder bezoek aan een andere dan uw eigen dierenarts dat uw kat epilepsie heeft.

epilepsie-kat