Pathologie

Een patholoog bekijkt lichaamsmateriaal onder de microscoop en kan zo vaststellen om welke ziekte of aandoening het gaat. Dit gebeurt door middel van cytologie en histologie.

Cytologie

Cytologie geeft informatie over cellen, bijvoorbeeld bij een goed- of kwaadaardige tumor, bij afwijkende organen of bij vocht in de buik of borstholte. Met een naald worden cellen uit een bult gehaald, gekleurd en daarna microscopisch beoordeeld.
We kunnen dit onderzoek in onze kliniek doen, maar vaak laten we dit uitvoeren door een patholoog.

Histologie

Histologie geeft informatie over de opbouw en de bijzondere functies van weefsels (groepjes cellen die dezelfde functie hebben of samen een orgaan vormen).

Het weefsel dat voor histologisch onderzoek wordt afgenomen, heet een biopt (klein stukje weefsel). Soms is een grote stuk weefsel (bult) of deel van een orgaan nodig; dat gebeurt tijdens een operatie.

cytologie