Het konijn

Het konijn (oryctolagus cuniculus) is een zoogdier dat hoort bij de haasachtigen (lagomorpha). Het konijn lijkt op een knaagdier, maar hoort niet bij de knaagdierenorde. Konijnen zijn herbivoren, ze eten alleen plantaardig voedsel. Voor de Romeinse tijd werd het konijn gehouden voor het vlees en de vacht, later steeds meer als gezelschapsdier.

Er bestaan ondertussen zeer veel verschillende soorten konijnrassen. Rassen variëren onderling van grootte, kleur, vachtlengte en de stand van de oren. Een groot ras zoals de Vlaamse Reus kan meer dan 8 kg wegen bij een lengte van minimaal 65 centimeter, terwijl dwergkonijntjes nauwelijks 1 kg wegen.

Zeer bijzondere spijsvertering

Konijnen hebben een bijzondere spijsvertering. Een groot deel van de vertering vindt plaats in het laatste stuk van het maagdarmkanaal, namelijk de dikke darm en de blinde darm. Omdat de voedingsstoffen pas in dit laatste deel van de darmen vrijkomen, worden ze niet opgenomen in het lichaam. Het konijn poept ze uit in de vorm van speciale keutels, de caecotroof of nachtkeutel. Vervolgens eet uw konijn deze caecotrofen direct uit de anus weer op, waardoor een tweede vertering kan plaatsvinden. Hierbij worden veel vetzuren, eiwitten, vitamines, elektrolyten en water alsnog opgenomen. De voedingsstoffen die op deze manier worden opgenomen vanuit de caecotrofen heeft uw konijn ook echt nodig. Door de samenstelling zijn de caecotrofen voor een konijn normaliter erg smakelijk. De samenstelling is afhankelijk van wat uw konijn eet en dus van de samenstelling van het voer. U moet dan ook goed opletten dat uw konijn zijn caecotrofen goed opeet.

Nachtkeutel

De naam nachtkeutels is een beetje verraderlijk: het konijn produceert ze weliswaar vooral in de nacht, maar ook wel overdag. Caecotrofen zien er anders uit dan de normale keutels: ze zijn donkerder, kleiner en vochtiger, ze zijn bedekt door een slijmlaag en ruiken sterker. De keutels die overdag geproduceerd worden, zijn droog en hard.

De spijsvertering van een konijn is bijzonder, maar helaas ook zijn zwakke punt. Kleine afwijkingen in de spijsvertering kunnen snel grote gevolgen hebben. Diarree en niet eten zijn veel sneller gevaarlijk voor een konijn dan bijvoorbeeld voor een hond. Het is dan ook van belang dat u goed in de gaten houdt hoe het eten en het keutelen bij uw konijn gaat. Als u helemaal geen keutels meer in het hok van uw konijn vindt (dus zowel bij geen keutels als bij dunne ontlasting), dan is er iets niet goed en moet u direct contact opnemen met uw dierenarts.

Dieetverandering en diarree

Als uw konijn minder goed eet na een dieetverandering, dan kunt u het beste teruggaan naar het oude dieet of het voer zelfs beperken tot hooi en water. Het kan zijn dat uw konijn het nieuwe eten helemaal niet lekker vindt of dat zijn caecotrofen niet meer lekker zijn door de nieuwe voeding. Als hij nog niet goed eet na het teruggaan naar het oude eten, dan adviseren wij om langs te komen op de kliniek.
Als uw konijn goed eet, maar zachtere, nog wel goed gevormde dagkeutels produceert, dan kunt u eerst proberen om enkele weken alleen hooi en water te geven. Dus geen krachtvoer, geen groenvoer en geen snoepjes erbij. Geeft dit geen verbetering, dan is het advies langs te komen. Als het beter gaat dankzij het dieet, dan kunt u langzaam aan het dieet proberen uit te breiden met krachtvoer en groenvoer.
Bij diaree zijn er geen goed gevormde keutels meer te vinden in het hok, alle ontlasting is dun en afwijkend. Kom dan snel langs bij de kliniek.

Eet uw konijn de nachtkeutels niet goed?

Het niet goed opeten van de caecotrofen is ernstig maar geen spoedgeval. De natte keutels kunnen wel aan zijn kont blijven hangen, waardoor de huid kan gaan irriteren en erg pijnlijk kan worden. Op langere termijn kan er een tekort aan voedingsstoffen ontstaan, waardoor uw konijn ziek kan worden. Er moet dus wel naar een oplossing gezocht worden.
Het niet opeten van nachtkeutels moet goed onderscheiden worden van diarree. Bij beide aandoeningen vindt u dunne ontlasting in het hok. Let er dan op of uw konijn überhaupt goede keutels maakt. Bij diarree zult u geen normale keutels vinden, als hij de nachtkeutels niet opeet liggen er wel normale keutels in het hok.
De meest voorkomende oorzaak waarom konijnen hun caecotrofen niet meer willen eten, komt doordat de caecotrofen niet smakelijk genoeg zijn. Een te hoog eiwitgehalte en/of een te laag vezelgehalte zorgt voor een viezere smaak van de caecotrofen. Ook een te hoog koolhydraatgehalte zorgt voor te plakkerige keutels en daardoor zijn ze minder smakelijk en minder makkelijk te eten. Een manier om caecotrofen smakelijker te maken is door een aantal weken alleen hooi en water te geven, dus geen krachtvoer.
Het kan echter ook voorkomen dat uw konijn de caecotrofen niet meer kan eten, doordat hij te dik is. Ook pijn in de rug en gewrichten en gebitsproblemen kunnen de oorzaak zijn.

Meerdere konijnen bij elkaar

Wanneer uw konijn eenzaam is, dan kunt u er een tweede konijn bij nemen. Konijnen zijn groepsdieren, maar dat wil niet zeggen dat ze altijd een beperkte ruimte willen delen met een ander konijn. In kleinere ruimtes kunnen ze rivaliserend gedrag gaan vertonen, wat kan uitlopen op hevige gevechten.

Doe nooit twee konijnen direct samen in één hok, in het begin is een tweede hok noodzakelijk. Twee ongecastreerde mannetjes gaat vaak niet goed, en ook twee niet-gesteriliseerde vrouwtjes gaan vaak niet samen. Er kunnen dan hevige gevechten ontstaan, soms met een dodelijke afloop, vooral bij de mannen onderling. Een niet-gecastreerd mannetje en niet-gesteriliseerd vrouwtje gaan wel samen, maar die zullen ook kinderen gaan krijgen.
Blijf bij de eerste ontmoeting tussen twee konijnen altijd in de buurt met een paar handschoenen, zodat u gevechten op tijd kunt beëindigen zonder zelf gebeten te worden. Het konijn doet zijn oren laag en naar achter en zijn staart omhoog als hij de ander niet vertrouwt, wees dan op uw hoede.