Dekking en dracht

Voor veel eigenaren is een nestje krijgen iets wat ze graag een keer willen meemaken. Naast veel plezier en energie is ook kennis nodig om deze bijzondere gebeurtenis goed te kunnen begeleiden. Deze folder zal u een beetje op weg helpen, maar het is ook zeker noodzakelijk dat u extra informatie gaat opzoeken (boeken, tijdschriften) om u zo goed mogelijk voor te bereiden.
Vroeger dacht men dat het beter zou zijn voor de poes als zij een nestje kreeg. Dit blijkt zeker niet waar te zijn, het maakt geen verschil voor de toekomstige groei of ontwikkeling of zij wel of niet een nestje krijgt. Dit is dus niet een goede reden om aan een nestje te beginnen.

Vruchtbaarheid

Vanaf ongeveer 6 maanden leeftijd is uw poes vruchtbaar, ze zal dan ook krols gaan worden. Een poes heeft een seizoensgebonden cyclus, dat wil zeggen dat de meeste poezen alleen in de lente en de zomer krols zijn, als de dagen langer zijn. Poezen die alleen binnen gehouden worden kunnen echter het hele jaar door krols worden. Meestal duurt een krolsheid 7 tot 9 dagen, gevolgd door een rustperiode van 2 tot 3 weken tot de volgende krolsheid weer begint. Er is geen bloeding zoals bij de hond en de mens, eigenlijk is alleen aan het gedrag te merken dat uw poes krols is. Ze kan dan erg aanhalig worden, veel gaan miauwen en over de grond rollen. Ook zal zij bij het aaien over de rug op een karakteristieke wijze haar achterwerk omhoog steken en haar staart opzij doen.

Dekking

Tijdens de krolsheid zijn poezen erg gewillig om gedekt te worden, de meeste poezen zullen zich dan ook door de eerste de beste kater laten dekken en meestal zelfs door meerdere katers. Niet tijdens iedere krolsheid zal er een eisprong zijn, er vindt pas een eisprong plaats na dekking. In principe kan uw poes het hele jaar door gedekt worden en zwanger raken, maar tijdens de krolsheid staat ze de dekking pas toe. Het zal katers dan ook niet vaak lukken om een poes te dekken die niet krols is! Poezen worden vaak door meerdere katers gedekt, en over het algemeen geldt dat des te meer katers haar dekken, des te groter de kans is dat ze zwanger wordt. Vandaar dat de kittens heel divers qua uiterlijk kunnen zijn!
Het is voor u als eigenaar ontzettend lastig om te weten wanneer uw poes precies gedekt is. Zeker als ze buiten komt, dan kunt u er bijna niet achter komen. Alleen bij geplande dekkingen heeft u meer zekerheid.

Een dekking zal zeker niet altijd tot dracht leiden. En eenmaal drachtig betekent helaas ook niet altijd dat levende kittens geboren zullen worden. Een dracht kan door vele oorzaken op elk moment worden afgebroken. Een dracht, die voor dag 34 wordt afgebroken, gaat zonder een abortus. De foetussen worden door het lichaam opgenomen, dit kan dus gebeuren zonder dat u er iets van merkt.

Diagnostiek van dracht

Wij kunnen tussen dag 24 en 32 en na dag 45 na dekking voelen of er vruchtkamers aanwezig zijn in de buik. Dit zijn harde bollen met vruchtwater waarin een groeiend kitten drijft. Het is niet altijd goed mogelijk om de vruchten te voelen, zeker als er veel ontlasting of een volle blaas in de buik aanwezig zijn.
Door middel van een echo kan de dracht eerder aangetoond worden, vanaf 23 dagen.
Na dag 42 kan een röntgenfoto gemaakt worden, hierop kan dan ook de hoeveelheid kittens geteld worden. Het skelet van een kitten is dan dusdanig ontwikkeld, dat het zichtbaar is op een röntgenfoto. Het is soms lastig om de kittens te tellen op een rontgenfoto. Er kunnen namelijk 2 kittens over elkaar liggen, waardoor er maar 1 zichtbaar is. Maar het geeft in ieder geval een goede indicatie. Bovenstaand aantal dagen kan natuurlijk alleen toegepast worden als de datum van de dekking bekend is, anders moet er gegokt worden wanneer en hoelang nog. Hoe langer een kat drachtig is, hoe meer we het natuurlijk ook aan de buitenkant kunnen zien: een hele dikke buik en het dik worden van de tepels geven vrij duidelijk dracht aan.

Lengte van dracht

Vanaf het moment dat de kat gedekt is tot aan de geboorte zit ongeveer 63-65 dagen. Een poes krijgt gemiddeld 3 tot 6 kittens per worp.

Waar moet u rekening mee houden tijdens de dracht

  • Voeding tijdens de dracht
    Als de moeder een uitgebalanceerde voeding krijgt, zoals een compleet kattenvoer, hoeft ze de eerste vijf weken van de dracht niet extra gevoerd te worden. Na dag 35 heeft ze per week 10 tot 15% meer voer nodig tot aan de bevalling, rond dag 63. Dit betekent dat ze dan 50 tot 60% meer voer krijgt dan normaal. De kittens groeien namelijk in de laatste helft van de dracht het meest. Het kan voorkomen dat de moeder de laatste anderhalve week voor de bevalling minder wil eten. Ze heeft het voer dan juist nodig. De kittens nemen veel plaats in, waardoor er minder ruimte overblijft voor een volle maag. Geef haar daarom meerdere kleine porties per dag van een smakelijk, energierijk voer. U kunt hiervoor kittenvoeding gebruiken om aan de moeder te geven, kittenvoeding is namelijk erg energierijk en smakelijk. We kunnen ook een speciaal dieet voorschrijven.

  • Ontworming tijdens de dracht
    Tijdens de dracht worden slapende spoelwormlarven in het lichaam van de moeder geactiveerd. Dit gebeurt bij bijna elke kat, hoe goed u ze ook ontwormd heeft. De slapende spoelwormlarven zijn namelijk niet gevoelig voor ontworming. Deze geactiveerde spoelwormen worden wel overgebracht op de kittens. Het heeft geen zin om tijdens de dracht de moederkat te ontwormen, hierdoor worden de larven niet gedood. Het is wel van groot belang de kittens en de moeder goed te ontwormen na de bevalling. Dit moet dan op week 3, 5, 7 en vervolgens maandelijks tot ze een half jaar oud zijn.

  • De werpdoos
    U kunt een speciale doos voor de moederpoes maken waarin zij kan bevallen. De meeste katten zijn echter eigenwijs en kiezen hun eigen plekje, dit kan in hun mand zijn maar ook net zo goed in de wasmand of de linnenkast zijn. Het is belangrijk dat pasgeboren kittens het warm genoeg hebben. De moederpoes zorgt voor de directe warmte. Als u eenmaal de geboorteplek gevonden hebt, zorg dan voor warme dekens en bescherming. Voorkom tocht en houdt de plek grotendeels afgesloten. Als het toch nog te koud is, zullen de kittens veel piepen en rondkruipen, op zoek naar warmte. Een kruik (met een handdoek eromheen) van 40°C kan dan voor wat extra warmte zorgen.