Hoe dieren helpen lichaam en geest te genezen

Hoe verklaart men de werking van therapiedieren?
Hoe is het mogelijk dat een kind dat al jaren nergens meer op reageerde, plotseling lacht of probeert zijn handen te bewegen, en dat een dementiepatiënt weer contact zoekt met de buitenwereld?

Eindelijk is het gedaan met de werkdag. Nu willen we snel naar huis. Onderweg piekeren we nog over de laatste conversatie met de baas, ergeren we ons aan een voorval of denken we na over de boodschappen die we nog moeten doen. En dan is er de file, of de vertraagde trein – we zijn er klaar mee en willen gewoon rust! De sleutel draait in het slot, en aan de andere kant is iemand dolblij dat we er weer zijn – de hond. Ondanks een goede verzorging tijdens onze afwezigheid lijkt het wel alsof hij ons maanden heeft moeten missen. We gaan op de grond zitten en begroeten onze beste vriend. Samen met de tas vallen de dagelijkse beslommeringen van onze schouders. Alles is weer goed – of tenminste stukken beter dan enkele minuten geleden.

De medische wereld maakt gebruik van de positieve invloed die dieren op mensen hebben, deels zelfs zonder te weten hoe de dieren het voor elkaar krijgen. Hoe een hond weet dat een epilepsiepatiënt op het punt staat een aanval te krijgen of er bij een diabeticus een hypo dreigt, daarvoor zijn pas sinds korte tijd aanknopingspunten. Hoe het aaien van een konijn of een kat mensen uit een jarenlange apathie kan trekken, daarvoor ontbraken de wetenschappelijke verklaringen lange tijd.

Waarschuwingshonden

Het vermogen van honden om mensen met epilepsie te waarschuwen voor een aanstaande aanval werd midden jaren tachtig van vorige eeuw ontdekt. Epilepsiepatiënten berichtten dat hun hond in dergelijke gevallen naar hen toeliep, hen aanstootte, de poten op schoot legde of de handen begon te likken. Wetenschappers hielden dit eerst voor toeval of individuele gevallen, maar naarmate er meer binnenkwamen konden zij de berichten niet langer negeren. Tegenwoordig vermoedt men dat de honden veranderingen in de zuurstofverzadiging van hun baasjes waarnemen, waarschijnlijk door een veranderende ademhaling.

Dit gebeurt ook bij bijvoorbeeld diabetici, die momenten meemaken waarop ze een te hoge of te lage bloedsuiker hebben (bij een te lage bloedsuiker heet zo'n aanval een 'hypo', bij een te hoge een 'hyper'). Het waarschuwingsgedrag kan niet aangeleerd worden, het is aangeboren. Wat wel getraind kan worden, is het op de hoogte brengen van huisgenoten – vooral belangrijk bij kinderen – of het apporteren van de benodigde medicijnen. Het spectrum van inzetmogelijkheden van dieren bij therapie en als hulpdieren groeit voortdurend.

Stimuleren tot beweging en het zoeken van contact

Jaren lang zitten ouders aan het bed van hun kind, vertellen hem over hun leven, knuffelen hem en lezen hem verhalen voor. Het kind zit een rolstoel of ligt in bed met de ogen geopend, maar staart in het niets. Vaak zijn de handen krampachtig naar binnen gedraaid. En dan komt de therapiehond binnen...
Adem- en hartslagfrequentie dalen, de patiënt ontspant zichtbaar. Na enkele bezoeken zie je het gezicht van het kind oplichten wanneer de hond binnenkomt. Hij kijkt het dier aan, bij een poging om het vachtje te aaien ontspannen de spieren in de handen en de vingertjes grijpen het vel. De hond laat dit allemaal geduldig over zich heen komen, hij is ervoor opgeleid. De therapeut leidt waar nodig de bewegingen van het kind in goede banen zodat de hond niets vervelends overkomt.
Ook voor therapeuten en familieleden zijn deze momenten ontzettend belangrijk. Ze weten dat ze geen wonderen moeten verwachten, maar dat hun kind weer ergens op reageert, betekent heel veel voor hen.

hulphond

Waarschuwings- en therapiekatten

Van het spinnen van de kat weet men dat dit het genezingsproces van gebroken botten kan stimuleren. De 'kattenmuziek' veroorzaakt vibraties, die op een frequentie tussen 20 en 50 Hertz een hogere botdichtheid en een snellere botaanmaak bevorderen. Katten doen echter hun meest waardevolle werk in de verbetering van de levenskwaliteit van dementiepatiënten en in een hospice. Dit doen ze vrijwillig – hoe zou het ook anders kunnen.

Maar als waarschuwingssysteem bij epilepsie?

Ja, ook dat komt voor. Het vermogen om tijdig voor aanvallen te waarschuwen, is klaarblijkelijk niet alleen weggelegd voor sommige honden. Zo haalde poes Lilly een paar jaar geleden het nieuws. Toen haar jonge baasje Nathan op het punt stond een epileptische aanval te krijgen, gedroeg ze zich als een dolle en rende luid miauwend de trap op en af. Nathans moeder is ervan overtuigd dat Lilly zelfs zijn leven heeft gered. Na de aanval hiel Nathan op met ademen en Lilly begon zijn lippen te likken. ''Plotseling begon hij weer te ademen en sindsdien wijkt ze niet meer van zijn zijde'' (Bron: Daily Mail).
Voor autisten kunnen dieren bemiddelaars zijn tussen de wereld van gezonde mensen en hun eigen emotionele gevangenis, waar ze zichzelf alleen met veel moeite of helemaal niet uit kunnen bevrijden.
De Schotsen Louise Booth schreef onlangs een boek over haar autistische zoon Fraser en zijn kater Billy. Verschillende therapeuten hadden de jongen niet kunnen helpen. Hij werd steeds ontoegankelijker en zijn driftbuien steeds heviger. In haar wanhoop wilde Louise proberen of een huisdier iets zou kunnen uithalen. En inderdaad; de jongen en kater werden vrienden. Het leek een wonder toen Fraser met het dier begon te praten, bijna als een kind zonder autisme. Een ander onderwerp dat steeds meer aandacht krijgt, is dat van eetstoornissen bij kinderen. Elk vierde kind is tegenwoordig te dik, en die tendens is stijgende. Dikke kinderen bewegen minder, zijn vaker agressief en raken gefrustreerd door hun overgewicht – een vicieuze cirkel, want daardoor zitten ze nog langer voor de televisie en proppen ze nog meer eten naar binnen. Door honden ondersteunde programma's zetten hen aan tot bewegen en maken dat ze daar ook weer plezier aan beleven.

Nieuwe bevindingen

Dieren hebben een positieve invloed op dierenhouders en -vrienden. Ze verlagen de bloeddruk, verminderen het risico op een hartinfarct en openen – zonder dat dit meetbaar is – onze harten: we communiceren beter en raken makkelijker met anderen in gesprek. Dat weet ieder dierenbaasje.

hulphond

Maar waarom is dat zo?

De wetenschap is de bijzondere uitwerking van dieren op mensen op het spoor. Bijzonder complex wordt het wanneer het gaat om zaken die niet meetbaar zijn. Hiervoor hebben verschillende wetenschappelijke disciplines elkaar de hand gereikt: gedragsonderzoek, psychologie en pedagogiek. Over deze omvangrijke en interessante onderzoeken is een boek verschenen dat vooralsnog helaas alleen in het Duits verkrijgbaar is: 'Bindung zu Tielren'. We lenen even een klein stukje uit dit boek over wat de auteurs de 'gereedschapskist der evolutie' noemen. Bepaalde tools uit deze 'kist' hebben alle hoger ontwikkelde zoogdieren met elkaar gemeen, dus ook de mens: Voor alle in groepen of kudden levende soorten zijn stabiele relaties van levensbelang. Afhankelijk van de kwaliteit van de relatie wordt er meer of minder oxytocine vrijgegeven in het organisme, of dit nu een hond, paard of mens is – en ook soort overschrijdend. Ook al is het verschil in relaties tussen mensen onder elkaar of een mens met een hond overduidelijk – onze lichamen maken daarin amper onderscheid. Het hierbij in werking tredende knuffelhormoon oxytocine is hetzelfde, de daarbij verhorende interactie is echter heel verschillend.

Dieren vragen aandacht door met hun neus tegen ons aan te duwen of onze handen te likken. En dieren zijn onbevooroordeeld en eerlijk. Ze streven niets anders na dan hun eigen doelen. Voor hond en kat zijn mensen zoals ze zijn en zo worden ze ook gewaardeerd, of ze nu jong zijn of oud, dik of dun, ziek of gezond. Het kan hen niets schelen of een mens slecht te pas is, of dement, of hij onverstaanbaar praat en of hij zijn therapeutische oefeningen vandaag wel of niet heeft gedaan. Ze vragen niet naar ervaringen of beweegredenen. Ze nemen ons zoals we zijn. En juist de mensen die dat gevoel lange tijd hebben moeten missen, reageren vaak des te emotioneler op de onvoorwaardelijke vriendschap van dieren.

Oxytocine, het knuffelhormoon

Onder de invloed van het hormoon oxytocine kunnen negatieve sociale ervaringen worden veracht, bijvoorbeeld de verwaarlozing van een kind. Ook bouwt het hormoon angst en stress af. Kinderen die van honden houden, leren in hun aanwezigheid makkelijker lezen en staan veel meer open voor de wereld om hen heen. Hoe oxytocine precies werkt – en waar, dat is nog altijd onduidelijk. Daarom zijn kunstmatige nabootsingen van het hormoon zeer omstreden en op de lange duur mogelijk niet ongevaarlijk. Het is veel beter om een bemiddelaar in te schakelen, bijvoorbeeld een hond of een kat, en de natuur op zijn beloop laten. Zo kan het lichaam zelf regelen wat er aan slechte ervaringen rechtgezet moet worden. Als de hormonen op natuurlijk wijze vrijkomen, heeft dit geen enkele ongewenste bijwerking – het maakt 'slechts' gelukkig.

Bron: hart voor dieren

 

therapie-kat