Mijten bij de hond

Mijten bij de hond

Bij de hond komen verschillende mijten voor. Sommige zijn normale huidbewoners die in lage aantallen geen problemen veroorzaken. Andere mijten kunnen schadelijk zijn voor zowel hond als mens. Mijten kunnen onder andere zorgen voor huidontstekingen, kaalheid en jeuk.
In dit artikel leest u over de meest voorkomende mijten bij honden.

Demodicose of 'jonge honden schurft'

Demodex (canis) is een mijt die voorkomt op de huid, voornamelijk bij honden. De demodex mijt behoort tot de normale flora van de huid. Pas wanneer de mijten in grote aantallen aanwezig zijn en de weerstand van de hond laag is, kan dit klachten gaan geven en spreken we van demodicose. Demodex is een gravende mijt. De mijten bevinden zich in de haarfollikels en talgklieren. Demodicose is niet besmettelijk voor andere honden, katten of mensen. De mijt wordt overgedragen van moeder naar pups in de eerste 2-3 dagen na de geboorte. In 20-35 dagen groeit het ei in 5 stadia via larven en nymphen tot volwassen mijt. Als de mijten zich niet op de hond bevinden overleven ze slechts een korte periode.

Oorzaken demodex

Aangezien de mijt normaal al op de huid voorkomt bij honden, spelen inwendige factoren een rol bij het voorkomen van een demodex-infectie. Overgroei van de demodex mijt treedt vooral op bij endoparasieten, een slechte voedingsstatus, immuun-suppressieve medicatie (bijvoorbeeld prednison) of stress van voorbijgaande aard (loopsheid, dracht, operatie et cetera).
Een erfelijke vorm van gegeneraliseerde demodicose wordt vermoed. Hierbij is het belangrijk om niet te fokken met deze honden. Ook als is er niet aangetoond dat gelokaliseerde demodicose erfelijk zou zijn, wordt er toch afgeraden met deze honden te fokken.
Honden die op jonge leeftijd gelokaliseerde demodicose (zie hieronder) hebben gehad, hebben op latere leeftijd meer risico opnieuw demodicose te ontwikkelen bij het gebruik van bijvoorbeeld prednison.

Vormen van demodicose

2 vormen van demodicose komen voor bij de hond, gelokaliseerde en gegeneraliseerde demodicose.

Gelokaliseerde demodicose

Deze vorm van demodicose zien we vooral bij jonge honden. Demodicose is gelokaliseerd als het op minder dan 5 plaatsen voorkomt. We zien korsten, dunnere vacht, kaalheid en roodheid van de huid. De huid kan er blauw-grijs uitzien. Soms heeft de huid een typische geur. We zien de letsels vooral op de kop, in de nek, op de voorpoten en op de romp. Meestal is er geen jeuk aanwezig, maar dit kan wel.
Heel soms zijn ook de oren erbij betrokken. Soms kan er bovenop de demodicose nog een bacteriële of gistinfectie optreden. Vaak zien we dan pas jeuk. 90% van de gevallen van demodicose zijn zelf-limiterend, wat wil zeggen dat het zonder behandeling uiteindelijk vanzelf oplost.

Gegeneraliseerde demodicose

Hierbij zien we op meer dan 12 plekken letsels. Ook kan het hele lichaam erbij betrokken zijn. Ook hier zien we kaalheid, korsten, comedonen (zwarte puntjes), gebieden met meer pigmentatie, puistjes en pijnlijkheid. Hier bovenop kunnen andere infecties optreden. Vaak zien we dan ook vergrote lymfeklieren, koorts en sloomheid.
Bij jonge honden zien we de symptomen vaak verschijnen tussen de 3 en 6 maanden leeftijd, maar het kan van 1 tot 10 maanden leeftijd. Vaak verdwijnen de symptomen hierna vanzelf.

Diagnose

Om demodex aan te tonen maken we een afkrabsel van de huid. We krabben de huid af tot we kleine bloedvaatjes aan de oppervlakte zien komen. Dit doen we om diep genoeg te krabben, en zo een verhoogde kans hebben om de mijten aan te tonen. Voor het afkrabsel kan het zinvol zijn om in de huid te knijpen, omdat de mijten zo naar de oppervlakte komen.
Het huidafkrabsel bekijken we vervolgens onder de microscoop. Wanneer we 1 of 2 mijten zien, is de diagnose geen demodicose, aangezien demodex een normale huidbewoner is. Pas als we ze in grote aantallen zien, spreken we van demodicose.
Wanneer de huid erg aangetast is kunnen we onder (lokale) verdoving huidbiopten nemen.

Demodex

Behandeling van demodex

Allereerst is het belangrijk een eventuele onderliggende oorzaak te vinden en te behandelen. Indien er een bacteriële infectie aanwezig is, moet deze met antibiotica langdurig behandeld worden. Bij gelokaliseerde demodex wordt vaak geen behandeling ingezet. De infectie lost zichzelf vaak op. Wel is het belangrijk elke 2-3 weken de huid te controleren door middel van een afkrabsel.
Bij onvoldoende verbetering kan het verbetering geven wanneer je jonge honden steriliseert of castreert. Ook kan een behandeling tegen mijten dan nuttig zijn. Dit kan op verschillende manieren, onder andere door een topicale behandeling (pipet) of door middel van het aanbrengen van een amitraz-oplossing.

Bij gegeneraliseerde demodicose is het belangrijk om te stoppen met steroïden (prednison). De behandeling komt verder overeen met die van gelokaliseerde demodicose. Wel wordt veel eerder therapie tegen de mijten ingezet. De behandeling is meestal van lange duur, en moet nog minstens 1 maand doorgezet worden nadat de hond op de afkrabsels vrij is van demodexmijt.

Cheyletiella

Cheyletiella is een niet-gravende mijt. Cheyletiellose wordt ook wel 'wandelende roos' of vachtmijt genoemd. Cheyletiella komt vooral voor bij jonge dieren. De mijten zijn in principe wel gastheerspecifiek, dat wil zeggen iedere diersoort heeft zijn eigen mijt. Vaak zien we dat mijten niet zo kieskeurig zijn, en dat ze wel eens de “verkeerde” diersoort infecteren. Deze mijt is zeer besmettelijk tussen dieren onderling, maar kan ook bij de mens huidirritatie veroorzaken. Een hond kan besmet worden met cheyletiella door direct contact, maar de mijten kunnen ook overgedragen worden via luizen, vlooien en vliegen. De gehele levenscyclus speelt zich af op de hond. De mijten komen dus niet op de grond of in het huis waar de hond leeft. Soms is jeuk aanwezig, maar lang niet altijd. Wat opvalt is een doffe vacht met veel schilfers en losse haren. Door de vacht te kammen kun je schilfers verzamelen. Bij onderzoek van de schilfers onder de microscoop kan de mijt worden aangetoond.

Cheyletiella

Behandeling van cheyletiella

De behandeling bestaat uit anti-parasitaire middelen (shampoos en anti-parasitaire middelen) bij alle in huis aanwezige dieren. Bij mensen kan Cheyletiella wat jeuk geven en soms wat rode bultjes.

Schurft (Sarcoptes)

Schurft (of 'scabiës') wordt veroorzaakt door de zeer besmettelijke Sarcoptes scabiei (canis). Deze gravende mijten veroorzaken een overgevoeligheidsreactie met zeer heftige jeuk. De Sarcoptes mijt woont in de oppervlakkige lagen van de huid, en graaft daar gangen waarin het vrouwtje haar eitjes legt. Het duurt ongeveer 2-3 weken voordat een eitje zich heeft ontwikkeld heeft tot een volwassen mijt. Schurftmijt kan optreden bij elke leeftijd. Vaak treedt besmetting op na direct contact met besmette dieren, maar dit kan ook gebeuren vanuit een besmette omgeving. De mijt kan enkele weken in de omgeving buiten de hond blijven leven: borstels, manden en dekens kunnen daarom een bron van infectie zijn. Sarcoptes mijten zijn gastheerspecifiek: dit betekent dat ze zich alleen kunnen voortplanten op de hond. Maar ze kunnen wel tijdelijk op een andere gastheer leven: ook op de mens, die dus ook besmet kunnen raken.

Symptomen van schurft

Vaak zien we heftige jeuk met korsten, schilfers en eventueel kaalheid. De letsels bevinden zich vooral aan de oorranden, snuit, de ellebogen en hakken. Vaak komt daar bovenop nog een bacteriële infectie van de huid voor. De aandoening komt vooral voor bij zwerfhonden, of honden die uit het buitenland komen.

Diagnose van schurft

De diagnose is niet zo makkelijk. Door middel van huidafkrabsels is de mijt niet goed aan te tonen. Ook is er een bloedonderzoek mogelijk. Nadeel hiervan is dat dit pas betrouwbaar is 5 weken na de infectie. Een ander nadeel is dat het bloedonderzoek soms positief test op een ander soort mijt.

schurft

Behandeling

De behandeling bestaat uit anti-parasitaire middelen (via een pipet op de huid gedruppeld). Dit geven we 3 keer, met telkens 2 weken tussentijd. Ook is het nuttig om te wassen met een antibacteriële shampoo. Als de jeuk zo erg is kan hiertegen eventueel prednison ingezet worden. De behandeling moet lang volgehouden worden, tot zeker 3 weken na het verdwijnen van de klachten. Ook dient de omgeving goed gereinigd te worden.

Trombiculosis = oogstmijt

De herfstmijt of Trombicula autumnalis is een mijt die vooral in de herfst problemen kan geven. De mijt geeft typisch klachten van huidontsteking tussen de tenen en een ontstoken neus. Vaak gaat de aandoening gepaard met heftige jeuk.
De herfstmijt leeft op de bodem. Ze komen plaatselijk in Nederland voor, vooral in weilanden en kalkhoudende gronden. Het is een mijt die niet heel veel gezien wordt.
Rond de herfst komen de eitjes uit die het jaar ervoor zijn gelegd. Deze larven hechten zich aan de huid en zorgen voor irritatie. Na zich gevoed te hebben ontwikkelen ze zich tot nymphen en volwassen mijten, die verder leven op de grond.

De mijten komen op de huid terecht en kunnen heftige jeuk veroorzaken. Als reactie gaat de hond eraan krabben, bijten of met de snuit over de grond wrijven. Typisch is de ontstoken tussenteenhuid of ontstoken neus. Ook rond de anus en buik kunnen klachten van jeuk optreden.
De mijt is behoorlijk groot, waardoor hij met het blote oog net te zien is. We nemen een huidafkrabsel om de mijt aan te tonen. De herfstmijt is oranje van kleur.
We behandelen met een anti-parasitair middel, meestal door middel van een pipet.

Oormijt hond

Oormijt wordt voornamelijk bij jonge honden gezien. Vaak zien we klachten als schudden met de kop, krabben aan de oren en een grote hoeveelheid donkerbruin gekleurd oorsmeer. Soms kan oormijt ook problemen geven van de vacht rond de oren.

Vaak is door een otoscoop (oorkijker) de oormijt al te zien: door de warmte worden de mijten geactiveerd waardoor ze gaan bewegen. Oormijt is erg besmettelijk, voor bijvoorbeeld de andere puppy's in het nest. De mijt wordt overgedragen door direct contact. We behandelen oormijt bij de hond door middel van een anti-parasitair middel (pipet). Wanneer er ten gevolge van de oormijt ook een oorontsteking aanwezig is, dient ook deze behandeld te worden door middel van een zalf. Wanneer er veel oorsmeer aanwezig is worden de oren eerst uitgespoeld. Het best kunnen de oren gecontroleerd worden na 3 weken, en indien nodig wordt de behandeling herhaald.

oormijt

demodex

Demodex