De hond als patiënt: wat doet dat met zijn gedrag?

Een medische ingreep heeft voor een hond niet alleen lichamelijke gevolgen. Mentaal kan een operatie of (pijnlijke) behandeling bij de dierenarts ook een behoorlijke impact hebben. Soms ontstaan er zelfs gedragsproblemen na een operatie, ziekteperiode of revalidatie. In dit artikel wordt nader ingegaan op het gedrag van een hond na een operatie of periode van ziekte. Ook worden er tips gegeven hoe u met eventuele gedragsveranderingen om kunt gaan.

Moderne dierenklinieken zorgen dat pijn met een effectieve pijnbestrijding tot een minimum beperkt wordt. U krijgt na een ingreep medicatie en handreikingen mee om het herstel van uw hond te bespoedigen. Desondanks kan de hond pijn hebben of zich niet comfortabel voelen en daardoor met (angst)agressie reageren als hij benaderd wordt. Houd hier rekening mee, vooral als kinderen of andere huisdieren deel uitmaken van het gezin. Zorg er voor dat de hond een rustige plek heeft waar hij niet gestoord wordt. Overigens kunnen andere huishonden op hun beurt ook weer met ongebruikelijk gedrag naar de patiënt reageren. Dit kan gebeuren als de patiënt na verblijf in de dierenkliniek een andere geur heeft, er anders uitziet of zich anders beweegt dan gebruikelijk. Uit veiligheidsoverwegingen kunt u de hond daarom in ieder geval de eerste dag het beste gescheiden houden van andere honden.

Aandacht en alleen zijn

Een zieke of geopereerde hond krijgt vaak extra aandacht, vooral als hij zichtbaar onder de indruk is van een ingreep. De meeste honden laten zich deze aandacht maar al te graag welgevallen. U bent bovendien in de regel meer thuis tijdens een herstelperiode of er is een oppas geregeld. Het is daarom niet vreemd dat de hond moet 'afkicken' als het gewone dagritme weer opgepakt wordt en hij meer of vaker alleen moet zijn. Probeer daarom zo veel mogelijk de dagelijkse routine te handhaven en overlaad de hond niet met heel veel extra aandacht. Is hij 's ochtends altijd een paar uur alleen, omdat u normaliter aan het werk bent? Handhaaf dit dan ook als u thuis bent door hem in deze periode in de bench te laten en hem verder geen noemenswaardige aandacht te geven. Voorkom ook dat de hond u overal achterna kan lopen en laat hem bijvoorbeeld 's nachts niet in de slaapkamer als dat normaal ook niet gebruikelijk is. Uitzondering is natuurlijk de eerste nacht na een narcose.

Gaat het alleen zijn niet meer goed? Bouw dit dan opnieuw op met kleine stapjes alsof uw hond nog een pup is. Ga bijvoorbeeld een paar minuten naar buiten en kom weer terug zonder speciale aandacht te geven. Als dit goed gaat maakt u de periode steeds wat langer. Als een hond een half uurtje zonder problemen alleen kan zijn, lukt dit vaak ook voor een langere periode.

Omgaan met minder lichamelijke activiteit

Als de hond door ziekte of letsel weinig of geen lichamelijke activiteiten mag doen, beperken de uitlaatrondjes zich vrijwel tot poepen/plassen en weer naar binnen. Vooral voor jonge, actieve honden is dit natuurlijk een vervelende situatie. Een hond die geopereerd is, voelt zich vaak na een paar dagen weer helemaal goed en wil van alles doen. Een gevolg kan zijn dat hij ongewenst gedrag gaat vertonen, bijvoorbeeld gaat slopen in huis.

U zult hem dus alternatieven moeten bieden voor lichamelijke activiteit en tegelijkertijd er op toezien dat hij niet meer voer binnenkrijgt dan hij verbruikt waardoor er geen ongewenste gewichtstoename ontstaat. U kunt bijvoorbeeld een deel van zijn dagelijkse voer in voerpuzzels doen in plaats van in de voerbak. Dit kunnen kant-en-klare hondenpuzzels, snuffelmatten, Kongs of zelfgemaakte puzzels zijn. Op deze manier moet de hond meer moeite doen voor zijn voer en wordt er een beroep gedaan op zijn probleemoplossend vermogen. Dit kost energie!

Verplichte rust kan ook een mooie gelegenheid zijn om nieuwe oefeningen en trucjes aan te leren. Dit is goed om mentaal geprikkeld te worden. Houd hierbij natuurlijk wel rekening met de (lichamelijke) mogelijkheden van uw hond. Een paar voorbeelden zijn: leren een voorwerp vastpakken, een verstopt speeltje zoeken, rondjes draaien, een voorwerp met neus of poot aanraken. Geen inspiratie? Er zijn diverse boeken verkrijgbaar met hondenspellen en trucjes.

Net zoals bij mensen kan een narcose ook bijwerkingen hebben bij honden. Hun geheugen kan (tijdelijk) minder zijn, waardoor het lijkt alsof ze koppig zijn en niet willen luisteren. Houd hier dus rekening mee bij het aanleren van nieuwe dingen.

Zorg voor kleine, caloriearme beloningen ter voorkoming van gewichtstoename. Als uw hond graag appel of wortel eet, geef hier dan kleine stukjes van. Verder zijn stevige kauwsnacks waar de hond lang op moet kauwen om iets van binnen te krijgen ook goed. Als uw hond medicatie krijgt, kan er een ongewenste wisselwerking zijn met bepaalde voeding. Overleg bij twijfel dus altijd met de dierenarts.

Blijvende angst en agressie

Een hond die pijn gehad heeft, kan, ondanks dat hij genezen is, toch blijven reageren op aanrakingen op bepaalde delen van zijn lichaam. Dit komt door de herinnering aan pijn of aan beangstigende situaties. Bovendien kan hij geleerd hebben dat hij door agressie in te zetten (bijvoorbeeld grommen) ook andere verzorgende handelingen (zoals borstelen) kan vermijden. Het is dan belangrijk om de hond in kleine stapjes, gekoppeld aan een beloning weer aan bepaalde aanrakingen/handelingen te wennen.

Als een hond een vervelende ervaring met een dierenarts heeft gehad kan een volgend bezoek een angstige aangelegenheid zijn. De angst kan gekoppeld zijn aan de omgeving van de praktijk maar ook aan de dierenarts zelf. Overleg dan met de dierenarts of het mogelijk is om een 'oefenconsult' af te spreken waarbij de hond bijvoorbeeld alleen even in de behandelkamer komt, iets lekkers krijgt en vervolgens weer naar huis gaat.

Heeft u het idee dat er sprake is van een blijvende gedragsverandering of een toename van ongewenst gedrag? Raadpleeg eerst de dierenarts of er een medische oorzaak kan zijn. Is dit niet het geval? Wacht dan niet te lang en neem contact op met een professionele gedragstherapeut voor honden.

Bron: Hart voor dieren