Een eigen huis ...

Als vogel is het anno nu niet zo makkelijk een woonplaats te vinden. Bij nieuwbouw ontbreekt daarvoor vaak de zo handige hoekjes en kieren. Met een nestkastje maakt u heel wat buitenvogels blij.

Welke vogels komen er in de tuin?

Het is een gezellig gezicht, vogeltjes in de tuin. En als u een beetje in de gaten houdt welke vogels er in de regel op visite komen, dan weet u ook meteen welk nestkastje u het best kunt ophangen. Ze zijn er niet voor niets in verschillende soorten en maten: vogels zijn nogal kieskeurig als het gaat om het uitzoeken van een goede nestplaats. Zo willen boomklevers, mezen, mussen en bonte vliegenvangers het liefst een nestkastje met een kleine vliegopening.
Winterkoninkjes, merels en roodborstjes houden juist meer van een open nestkastje met een lage voorkant.

Waar moet zo'n nestkastje hangen?

Een veilig 'vogelhuis' heeft precies de juiste plek. Dus: daar waar de poes er niet bij kan, waar het niet te warm wordt in de zon en waar wind en regen geen vrij spel hebben. Met de invliegopening richting het noorden, noordoosten of het oosten. Hang het kastje bij voorkeur al in de herfst op, zodat vogels het kastje kunnen ontdekken en in de winter kunnen gebruiken als schuil- en overnachtingsplaats.

In de buurt van beplanting

Hang het nestkastje in de buurt van beplanting. Jonge vogels hebben zo een prima startpunt voor hun eerste vlucht, met beschutting en ondersteuning. Een klimplant die het kastje gedeeltelijk bedekt is prima en beschermt het ook nog eens.

De ideale opening

  • 25-28 mm voor kleine mezen, zoals de pimpelmees en zwarte mees.
  • 32-35 mm voor de koolmees, kuifmees, boomklever, bonte vliegenvanger, huismus, ringmus en gekraagde roodstaart.
  • 45 mm voor de spreeuw en grote bonte specht, halfholen roodborst, grauwe vliegenvanger, witte kwikstaart, merel, gekraagde roodstaart en zwarte roodstaart.

Meerdere vogelhuizen

Het heeft niet zo veel zin om meerdere van dezelfde nestkasten op te hangen, omdat niet alle vogels soortgenoten in de buurt accepteren. Eén koppel koolmezen zal in een kleine tuin geen tweede koppel dulden! Er is te weinig voedselvoorraad om al die bekjes van de jongen te vullen. Andere vogelsoorten worden niet verjaagd omdat deze hun voedsel halen op plaatsen waar de koolmees zelf niet of in elk geval minder op zoek gaat. Wilt u meerdere kastjes ophangen zorg er dan voor dat ze minimaal 10 meter van elkaar af hangen.

 

vogelhuis