Van dwerg tot reus

Wist je dat er geen andere diersoort is die in zoveel verschillende varianten voorkomt als de hond? Zeker wat de lichaamsgrootte betreft.

Eigenlijk is het moeilijk te geloven dat een Yorkshire Terriër en een Dog, een Teckel en een Husky of een Chihuahua en een Rhodesian Ridgeback aan elkaar verwant zijn. Ja, zelfs tot dezelfde soort, Canis lupus, behoren. Reusachtig, piepklein, langharig, kortharig, hangende en staande oren – honden zijn met hun grote verscheidenheid een fascinerende uitzondering in het dierenrijk. En: ''Ze hebben het meest indrukwekkende grootteverschil van alle bestaande zoogdiersoorten'', aldus Gordon Lark, voormalig professor aan de Universiteit van Utah/VS. Het grootteverschil tussen het grootste ras, de Irish Wolfhound, en het kleinste, de Chihuahua, kan in extreme gevallen wel zeventig centimeter bedragen!

Een ingewikkeld samenspel van genen

Een andere bijzonderheid is dat de verschillende verschijningen, inclusief de grootteverschillen, zich zo snel hebben ontwikkeld. Want de wolf is dan wel de voorvader van de hond, en de eerste 'huishonden' leken qua type erg veel op hem, uit gevonden botten blijkt dat er zo'n 12.000 jaar geleden al kleine honden moeten zijn geweest. Evolutiebiologisch gezien is dat een bijzonder kort tijdsbestek.
Vandaar dat wetenschappers ervan uitgingen dat er slechts een heel klein aantal genen in het spel is, wat inmiddels bevestigd is. Er werd een groeifactor bepaald: IGF 1 (= 'Insulin-like Growth Factor', dus een op insuline gelijkende groeifactor), die overigens ook bij mensen en andere zoogdieren de groei beïnvloedt. Deze is aan een gen gekoppeld en er zijn zogenaamde 'mutaties', waarbij er minder groeibevorderende hormonen worden gevormd. Een complexe aangelegenheid, die zeer vereenvoudigd gezegd tot gevolg heeft dat er kleine en grote individuen zijn.
Om de lichaamsgrootte wekelijk te kunnen beïnvloeden, moeten zowel de groeifactor IGF 1 als een 'groeihormonenrem' in hond aanwezig zijn. Want ook reuzenrassen hebben het gen, maar niet de hormonenrem. Nu wordt het nog gecompliceerder: er zijn zelfs rassen waarop beide van toepassing zijn, die dus klein zouden moeten zijn maar desondanks groot worden. Bijvoorbeeld de Rottweiler.
Bovendien bestaan er bij honden van verschillende types ook dwergvarianten. De wetenschap heeft wat de uiterlijke verschillen van honden betreft dus behoorlijk wat uit te zoeken gehad.

De invloed van mensen

De meer dan 340 deels extreem verschillende hondenrassen die we tegenwoordig kennen, zijn niet uit zichzelf ontstaan. Hier had de mens mee te maken. Hij maakte gebruik van de veelzijdigheid van honden – en fokte vervolgens op bepaalde kwaliteiten. Honden met bepaalde eigenschappen, zowel uiterlijk als qua karakter, werden bij voorkeur gekoppeld. Eerst weinig gericht, later, met het ontstaan van de rashondenfok, heel bewust. Zo ontstonden uiteindelijk door de eeuwen heen rassen met korte neuzen, kleine rassen, grote rassen, dichtbehaarde rassen en rassen met korte pootjes. En natuurlijk rassen die uitstekend konden hoeden, waken of jagen.
Dat de huidige hondenrassen niet op natuurlijk wijze en door natuurlijk selectie ontstaan zijn, zien we in het feit dat velen van hen ziek zijn omdat ze in te grote mate op extremen gefokt werden.
De kleine chihuahua bijvoorbeeld lijdt vaak aan 'dwergproblemen', waaronder het waterhoofd. De reusachtige Dog daarentegen wordt groter dan zijn lijf aankan en groeistoornissen en een korte levensduur zijn daarvan slechts enkele gevolgen.
Wat grootte betreft is een middelmaatje dus niet negatief, maar precies goed. De gulden middenweg, zogezegd. Zouden we honden aan zichzelf overlaten zoals je bijvoorbeeld bij straathondenpopulaties ziet, dan zou er een type ontstaan met een schouderhoogte van zo'n veertig tot vijftig centimeter.

Bron: Hart voor dieren, november 2014

dwerg-tot-reus