Katten hebben nachtogen

Wanneer iemand in het donker door het bos fietst, heeft hij grote kans spookachtige lichtjes te zien. Die lichtjes worden veroorzaakt door de ogen van nachtdieren. Het fietslicht schijnt op een speciaal reflecterende laag achter het netvlies. Deze reflecterende laag maakt het nachtdieren mogelijk goed in het donker te kunnen zien.

Staafjes en kegeltjes

In elk oog zitten twee soorten cellen die het licht opvangen, de staafjes en de kegeltjes. De staafjes bevinden zich vooral aan de rand van het netvlies, terwijl de kegeltjes meer in het centrum zitten. De staafjes zijn gevoelig voor zwak licht, maar verwerken alleen maar zwart en wit. De kegeltjes zijn verantwoordelijk voor het zien van kleur. Ons netvlies bevat ongeveer vier keer zoveel staafjes als kegeltjes, terwijl een kat ongeveer twintig staafjes op één kegeltje heeft. Daardoor kunnen katten veel minder goed dan wij kleuren zien, maar wel veel beter in het donker kijken.

Een kat ziet vijfmaal helderder dan wij

In volslagen duisternis zien katten net als wij helemaal niets, maar het beeld van een kat is door de in verhouding grotere hoeveelheid staafjes ongeveer vijfmaal helderder dan het beeld dat wij onder dezelfde omstandigheden hebben. Daardoor is voor een kat een beetje licht al voldoende om wel wat te zien, terwijl wij alleen maar duisternis zonder contouren ‘zien’.

Nachtdieren moeten aangepaste ogen hebben

Katten zijn nachtdieren en hebben daarom ogen die helemaal aangepast zijn aan het nachtleven. In het netvlies van een kat zit een kleine, driehoekige plek met cellen, die kristallen van zink en proteïne bevat: ‘het tapetum lucidum’. Die cellen kunnen het invallende licht absorberen en op een langere golflengte het niet geabsorbeerde licht weer uitstralen, het fluoresceert. Het beste is het effect te vergelijken met een spiegel. Deze reflectie geeft de ogen van het dier een tweede kans de stralen van het licht te absorberen. Het is de reflectie van het tapetum waardoor de ogen van een kat licht lijken uit te stralen als er in het donker licht van een fiets, autolampen of flits van een fototoestel in valt, dat dan weer wordt teruggekaatst. Dit vergroot weliswaar de lichtgevoeligheid van de ogen, maar veroorzaakt ook verlies aan detail.

Mensen en katten zien de wereld anders

Mensen bezitten geen licht reflecterende laag. Daar staat tegenover dat net als alle dagdieren de mens een gele vlek -ook wel ‘fovea’ genoemd- bezit, in het midden van het netvlies. Daar wordt het scherpste beeld gevormd. Ons beeld is aan de rand het onscherpst, omdat het buiten het centrum van het netvlies valt. Katten hebben juist een scherper beeld aan de rand van zijn blikveld dan in het midden. Dit komt doordat katten niet in staat zijn hun ooglens van vorm te veranderen of het invallende licht scherp te stellen.

Extra grote ogen voor meer lichtinval

Behalve de reflecterende laag en het extra aantal staafjes, hebben de ogen van nachtdieren een extra aanpassing. Ze zijn namelijk extra groot. Ook een kat heeft betrekkelijk grote ogen, waardoor ze meer licht toelaten, ongeveer de helft meer dan ons oog.

Ogen die echter zijn aangepast om in het donker te zien, moeten overdag juist tegen licht beschermd worden. Daarom zal bij helder licht de pupil zich sluiten tot een smal spleetje. Om een pupil te verkleinen tot een rond speldeknopje zijn veel meer spieren nodig, daarom hebben de meeste nachtdieren een spleetvormige opening. Bij plotseling invallend licht duurt het even tot de pupillen zich hebben vernauwd en dat is het moment waarop wij ‘gloeiende ogen’ zien.

De pigmenten in het netvlies beïnvloeden de kleur van het gereflecteerde licht. Daardoor kunnen de ogen van verschillende katten een andere gloed hebben.

nachtogen-kat