Insulinomen bij de Fret

Insulinomen zijn kleine, goedaardige tumoren van de alvleesklier. De alvleesklier bestaat uit verschillende delen:

  • Het endocriene deel: 'eilandjes' in de alvleesklier bestaande uit verschillende cellen. Dit deel staat in voor de productie van de hormonen glucagon en insuline (aangemaakt vanuit β-cellen). Deze stoffen zijn belangrijk in de suiker-stofwisseling.

  • Het exocriene deel: dit deel zorgt voor de productie van verteringsenzymen.

Een insulinoom is dus eigenlijk een tumor uitgaande vanuit β-cellen. Hierdoor ontstaat er een overmatige productie van insuline.

Wat doet insuline eigenlijk?

Insuline is nodig om het suiker in het bloed ter beschikking te stellen als 'brandstof' aan de cellen in het lichaam. Zonder insuline kan suiker wat wordt opgenomen via het voedsel niet benut worden door het lichaam. Er ontstaat dan een veel te hoog suikergehalte in het bloed (hyperglycemie), wat vervolgens weer uitgeplast wordt. Dit is de situatie bij suikerziekte, maar dit komt bij fretten zelden voor.

Bij insulinomen wordt er door de tumor juist teveel insuline geproduceerd, wat de tegenovergestelde situatie geeft: een te laag suikergehalte in het bloed (hypoglycemie).

Voorkomen

Insulinomen komen vooral voor bij fretten van middelbare tot oude leeftijd (gemiddeld 5 jaar). De aandoening komt evenveel voor bij vrouwelijke als mannelijke fretten.

Symptomen

Insulinomen geven een te laag suikergehalte. Dit kan zich uiten in incoördinatie, zwakte van de achterhand, toevallen en zelfs coma. Vaak is de eetlust normaal of verhoogd, en is er gewichtsverlies. Veel fretten worden misselijk, tekenen hiervan zijn speekselen en krabben naar de bek. De verschijnselen zijn het duidelijkst als de fret enige tijd niet gegeten heeft, en verdwijnt meestal weer na een maaltijd.

Diagnose

De symptomen geven meestal al een vermoeden van een insulinoom. Dit bevestigen we door het suiker gehalte in het bloed te bepalen. Voor een betrouwbare meting moet de fret 4 uur gevast hebben (nuchter). Ook kan de hoeveelheid insuline in het bloed bepaald worden, al geeft dit minder informatie. Een echo geeft meestal weinig informatie, omdat de tumor erg klein is (1-2 mm) en dus erg moeilijk in beeld te brengen.

Therapie

We kunnen kiezen voor een chirurgische of medicamenteuze behandeling. Bij de keuze spelen factoren als kosten en anesthesie-risico een rol.

Wanneer we kiezen voor chirurgische behandeling, kunnen we of enkel de tumor wegnemen, of een deel van de alvleesklier. Dit laatste heeft een betere prognose, al is ontwikkelen van suikerziekte hierna wel een risico.

De medicamenteuze behandeling bestaat eruit een stof toe te dienen met een remmend effect op de insuline-afgifte (diazoxide). Ook kunnen corticosteroïden worden toegediend, omdat deze als bijwerking hebben suiker aan te maken. Aan het gebruik van corticosteroïden zitten bijwerkingen zoals onderdrukking van de afweer en het ontwikkelen van bijnierproblemen. Daarom heeft het gebruik van diazoxide de voorkeur. Aan de hand van de klinische symptomen kijken we of de behandeling aanslaat. Ook kan opnieuw het suikergehalte worden getest in het bloed, opnieuw bij een nuchtere fret en 4 uur na de medicijngift.

Preventie

Vermoed wordt dat een dieet wat laag is in koolhydraten de ontwikkeling van insulinomen kan voorkomen. Het best zou zijn een dieet rijk aan eiwitten en vet, en arm aan koolhydraten en vezel. Er is geen wetenschappelijke basis hiervoor, en de ervaring leert dat dieren met dit dieet nog steeds tumoren kunnen ontwikkelen.