De fret

De fret is een klein roofdier en stamt af van de Europese bunzing. Hij behoort tot de marterachtigen. Jarenlang is de fret voor de jacht op konijnen gebruikt, het zogenaamde fretteren. Fretten worden gemiddeld 8 tot 10 jaar oud.

Aanschaf

Koop nooit een fret in de dierenwinkel of via internet. Vaak zijn de pups te vroeg bij de moeder weg gehaald en hebben weinig socialisatie gehad. Gaat u voor het eerst een fret nemen? Koop dan bij voorkeur een ram, rammen zijn over het algemeen makkelijker dan moertjes..

Huisvesting

U kunt een fret zowel binnen als buiten houden. Fretten zijn erg beweeglijk, een ruime kooi is dan ook noodzakelijk. Let daarbij op het volgende:

  • Zorg voor een nachthok en een kattenbak met kattengrit in het hok.
  • Fretten slapen het liefst in een klein nestje met wat doeken.
  • Gebruik geen hooi, stro of zaagsel als bodembedekking omdat fretten erg gevoelig zijn voor stof.
  • Zet de kooi niet in de felle zon of op de tocht.
  • Zorg bij buitenkooien voor voldoende beschutting zodat het er niet te warm en niet te koud kan worden.
  • Sluit het hok zeer goed af, een fret is erg handig en is heel goed in ontsnappen.

Verder is het belangrijk om het interieur van de kooi regelmatig te veranderen. Fretten zijn super nieuwsgierig en altijd toe aan een nieuwe uitdaging. Een doos met krantensnippers is bijvoorbeeld al leuk, daar zullen ze graag in graven. Fretten moeten 2 uur per dag los kunnen lopen in huis of in een ren. Let wel, ook plantenbakken zijn super interessant en zullen ze ook graag uit willen graven.

Voeding

Fretten zijn carnivoren (vleeseters). Zij hebben dierlijk, eiwitrijk voedsel nodig met een goede verteerbaarheid. Hondenvoer is niet geschikt omdat honden alleseters zijn en hondenvoer veel plantaardige eiwitten bevat die een fret niet kan verteren.
Ook katten zijn carnivoren; kattenvoer bevat dan ook veel meer dierlijke eiwitten dan hondenvoer. Toch zijn niet alle soorten kattenvoer geschikt voor de fret omdat er tekorten aan bepaalde essentiële voedingsstoffen kunnen ontstaan. Als uw fret verkeerde voeding krijgt, wordt zijn algemene conditie slechter, gaat de huid ruiken, en worden de vacht en de ontlasting slecht.

Het beste is om frettenbrokken gecombineerd met prooi te voeren. Zieke of drachtige fretten kunnen bijgevoerd worden met Royal Canin convalescense.

Fretten eten vaker op de dag kleine porties, daarom moet er altijd eten in de kooi staan. Een fret moet minimaal om de 4 uur kunnen eten. Zij hebben een relatief kort maagdarmkanaal waardoor het voedsel maar korte tijd in het maagdarmkanaal blijft: in 3 uur tijd is het voedsel al van de bek naar de anus verplaatst.

Veel fretten ontwikkelen haarballen. Wij adviseren dan ook om preventief een haarbal oplossend middel te geven, bijvoorbeeld Lax-a-past®.

Zindelijk maken

Fretten zijn zeer goed zindelijk te maken. Met beloningen leert de fret al snel waar hij zijn ontlasting moet laten. Echter het maagdarmkanaal van de fret is relatief erg kort, hij moet dus altijd in de buurt van zijn bak zijn anders haalt hij het niet. Zorg er dus voor dat er meerdere bakken in het huis staan en dat de bak schoon is. Zodra ze hun bak vies vinden kunnen ze onzindelijk worden.

Wanneer is de fret geslachtsrijp?

Mannetjes (rammen) zijn bronstig vanaf begin winter tot midden zomer en vanaf 5 maanden leeftijd kunnen ze dat al voor het eerst dan worden en dan zijn ze dus geslachtsrijp. Redenen om een ram te castreren zijn vooral de indringende lichaamsgeur, vervelend gedrag naar andere fretten en het uitzetten van geurvlaggen.
Rammen kunnen vanaf 6 maanden gecastreerd worden. Na de castratie worden mannetjes makkelijker in de omgang en vermindert de geur door vetachtige secretie van de huid met 90%. Het is belangrijk dat u zelf ook controleert of beide testikels zijn ingedaald.
Vrouwtjes (moertjes) worden voor het eerst loops/geslachtsrijp in het eerste voorjaar na hun geboorte. U herkent de loopsheid aan het opzwellen van de vulva. Deze loopsheid kan wel 6 maanden duren, tenzij ze in deze periode gedekt wordt. Deze lange loopsheid is helemaal niet goed voor haar gezondheid, door de hoge hormoonspiegel (oestrogenen) heeft ze een verhoogd risico op beenmergdepressie. Hieraan kan ze zelfs overlijden.

Castreren, steriliseren of een implantaat suprelorin

Er zijn voldoende (medische) redenen om moertjes en rammen te laten castreren. Er zijn helaas ook nadelen. Sommige fretten ontwikkelen na castratie op oudere leeftijd bijniertumoren. Een alternatief voor castratie is een implantaat suprelorin®. Het implantaat zorgt ervoor dat er bij de mannetjes geen testosteron en bij de vrouwtjes geen oestrogeen meer wordt gevormd. Het implantaat werkt echter een beperkte tijd, ongeveer 2 jaar, en moet dus herhaaldelijk worden gegeven. Suprelorin is niet geregistreerd voor het gebruik bij fretten, maar kan wel veilig worden gebruikt.

Vaccinaties

Fretten zijn vatbaar voor hondenziekte, ze zijn er zelfs gevoeliger voor dan honden. Hondenziekte is altijd dodelijk. U voorkomt deze ziekte door uw jonge fret te laten enten als hij 9 en 14 weken oud is, en met een jaarlijkse herhalingsenting. Wij gebruiken daarvoor de Nobivac® puppy DP-vaccinatie. Fretten ouder dan 3 maanden die nooit eerder zijn geënt kunnen het beste 2x worden gevaccineerd met een tussentijd van ongeveer 3 weken, en daarna ook jaarlijks.

Als er een fret gevonden is, dan gaan we ervan uit dat hij niet geënt is. Te veel enten is namelijk minder schadelijk dan niet enten.

Neemt u de fret mee naar het buitenland? Dan is een rabiësenting verplicht. Uw fret moet dan ook een officieel Europees Dierenpaspoort hebben en hij moet gechipt zijn.

Opvoeden van de fret

De fret is een gezelschapsdier, nieuwsgierig en slim. Het zijn pure roofdieren. Ze hebben een consequente opvoeding nodig, waarbij uw eigen lichaamstaal erg belangrijk is. Daarom zijn fretten niet altijd geschikt als huisdier voor kinderen. Fretten mogen niet te jong bij hun moeder weg, omdat ze dan op latere leeftijd een grotere kans hebben op een gedragsstoornis. Het worden bijters, angsthazen, zijn schuw, niet sociaal of zindelijk te maken. Daarom is het van groot belang om de pups pas vanaf 8 of 9 weken te spenen. Tot die tijd leren ze de (sociale) vaardigheden en zindelijkheid van hun moeder.

Na deze periode neemt u wat betreft opvoeding een aantal taken van de moeder over, bijvoorbeeld het bijtgedrag. Rond die leeftijd begint het wisselen van de tanden en dit onaangename gevoel kan de pup bijterig maken. Pups realiseren zich niet dat ze vlijmscherpe tandjes hebben. Leer de pup vanaf het begin dat hard bijten, ook al is het uit speelsheid, niet de bedoeling is.
Bijt de pup te hard of heeft hij iets anders gedaan wat echt niet kan? Pak hem even in zijn nekvel, zeg "foei" (of iets anders, als u maar altijd hetzelfde woord gebruikt) en zet de pup weer op de grond. Let hierbij wel goed op het karakter van de fret, bij onzekere fretten kan het pakken in de nekvel averechts werken. Pak een onzekere fret vaker op en laat hem aan uw handen wennen. Als straf kunt u de fret in een “strafhoekje” zetten en volkomen negeren. Dit vinden fretten vreselijk. Zet een fret niet voor straf in zijn kooi, want dit is zijn vertrouwde plekje. Fretten kunt u het beste minstens met zijn tweeën houden, daarnaast is dagelijks contact met mensen essentieel. Ze zijn erg stressgevoelig, beperk ingrijpende dingen zoals verhuizingen of shows.